- kies een school -
 
 
 
 
 
 
 
 

Geschiedenis

Wat is NOVA College Amsterdam?

 

Even een stukje historie:

 

1. Startfase van de school (1968-1975):

De school is een overwegend buurtgerichte LTS school en bedient Amsterdam West. De naaste vergelijkbare scholen zijn dan : LTS Patrimonium – Christelijk, Dominicus Savio LTS –katholiek, Concordia Internos Bouwsschool, Marcanti College Middenschool, Blaue erf Bakkersschool en Sint Hubertus - een Horecaopleiding,

 

Om meer te kunnen doen voor leerlingen in achterstandsituaties wordt de ITO licentie aangevraagd, waardoor extra faciliteiten binnenkomen voor de zwakkere leerlingen. De school ontwikkelde zich vanaf dat moment daardoor meer in de richting van een Zorgschool voor leerlingen met leer-en gedragsproblemen.

 

2. Nieuwkomers (1975-1980):

 In Amsterdam vangt de Gemeentelijke Bontekoe LEAO de Nieuwkomers op.(Eerste Opvang).

De J.W. Willemse (naam van het NOVA College op dat moment) gaat de tweede opvang’ van deze jongeren verzorgen. Dus vanaf het 2e leerjaar nadat deze leerlingen eerst globaal Nederlands leerden op de Bontekoe. Binnen het ITO kunnen deze leerlingen met leerachterstand en veelal ook met gedragsproblematiek goed worden opgevangen.

 

In het kader van het Onderwijs Voorrangs Beleid gaat het Nova College in 1984 op verzoek van de Gemeente Amsterdam de Eerste opvang van Nieuwkomers doen voor Amsterdam; samen met Montessori en Berlage en Huijgens. De Bontekoe wordt dan gesloten. Ook alle andere VO scholen zien in, dat je met name deze leerlingen moet groeperen omdat hier specifiek onderwijs voor nodig is.

 

3. Integratie Technisch Onderwijs en Huishoud-en Nijverheidsonderwijs:

Vanwege de landelijke ontwikkeling om het LTS- en LHNO-onderwijs dichterbij elkaar te brengen (integratie- en emancipatie van jongens en meisjes in één school voor LBO) gaat de J.W. Willemse een fusie aan met de LHNO-school Prinses Irene (1984).

Op dat moment wordt voor de LHNO afdelingen ook de IHNO licentie aangevraagd. Deze aanvraag biedt de mogelijkheid om de benodigde extra zorg te verlenen voor de zwakkere jongeren in Amsterdam.

De aanvraag werd goedgekeurd en bracht meer geld binnen, mede door een toename van het aantal leerlingen met een speciale indicatiestelling, Zorgschool-profilering.

 

4. Afstoten Leerlingstelsel/ MBO en huidige roep tot koppeling:

Vrijwel tegelijkertijd wordt het Middelbaar Beroeps Onderwijs van de Prinses Irene afgestoten naar het nieuwe MBO (in oprichting); dit is een landelijke trend die de toenmalige politiek zo wenste te volgen (namelijk het doorbreken van het 1e fase beroepsonderwijs (LBO en LHNO) en het vervolgberoepsonderwijs; iets waarop men nu juist weer terugkomt -25 jaar later! Zo diende het toenmalige NOVA College ook in 1974 het leerlingstelsel af te stoten; ook iets waar we nu 35 jaar later via werken en leren in het VMBO en het indalen van niveau 1 en 2 in het VMBO weer een tegenovergestelde beweging waarnemen.

 

5. 1985 - heden gevolgen opvang Nieuwkomers:

Het onderwijs na de schakelperiode nieuwkomers:

In de schakelperiode Nieuwkomers werd nadrukkelijk aandacht besteed aan de schakeling naar met name de bovenbouw vakgebieden in de school zelf of de schakeling naar andere vervolgopleidingen in de 2e fase VO, zoals destijds de streekschool.

Het doorstromen naar andere vervolgopleidingen gebeurde in het belang van de leerlingen, want onder de groepen Nieuwkomers komen leerlingen binnen van 12-18 jaar en natuurlijk is het individuele leerlingbelang doorslaggevend. Het is dus niet een automatisme dat alle leerlingen doorstromen in de bovenbouw van de school, waar ze ook de eerste opvang hebben ontvangen. Dit punt is vanaf dat moment continu punt van aandacht geweest, want het heeft ook te maken met de vulling van de school, de schoolgrootte en de beschikbaarheid van locaties.

Indien er geen of te weinig locaties voorhanden waren, diende er een versnelde doorstroom van oudere ex-nieuwkomers richting het vervolgonderwijs plaats te vinden om het ‘prop’ effect te voorkomen.

Inmiddels was er een contract met de Gemeente gesloten, waarin stond dat iedere nieuwkomer binnen 4 weken een plaatsing binnen een van de ‘Eerste Opvang scholen’ diende te ontvangen.

 

6. 1985-1994 PBO:

De school stapt in het landelijk dubbelexperiment Basisvorming en Primair Beroepsonderwijs. Enerzijds was er in die tijd de beweging tot de veralgemenisering van de onderbouw (Middenschool/Basisvorming -contourennota’s van Kemenade enz) en aan de andere kant was er ook de vraag om het vakonderwijs te versterken en goed te benutten als kans voor de jongeren met leer-/gedragsproblemen.

 

Ook voor de ex-nieuwkomers die na een periode van 2 ‘taaljaren’ instroomden in de bovenbouw van de school, was een vakopleiding eigenlijk een soort van eerste emancipatorische start op weg naar verdere integratie in samenleving/ vervolgonderwijs/werk. 

 

Met name het PBO deel (toen gelijkgesteld met het KMBO) was een goede mogelijkheid om meer schakeling en oriëntatie te gaan verzorgen op weg naar toentertijd het MBO in fusieontwikkeling.

Dit werd natuurlijk veel gebruikt door (ex) nieuwkomers; waarvoor inmiddels in de nieuwe landelijke wet op de Basisvorming een specifiek inrichtingsbesluit werd opgenomen, om af te kunnen wijken van de bestaande lestabel-indelingen in de eerste fase Voortgezet Onderwijs.

Het PBO experiment sloot daarop prima aan; veel ex-analfabeten of in het thuisland zeer laagopgeleide jongeren konden zich in het PBO goed op het BeroepsVak zelf concentreren, want dat alleen werd geëxamineerd.

 

7. 1985-nu van ‘autochtoon naar kleurrijk:

De schoolpopulatie ontwikkelde zich in die periode steeds meer richting allochtone leerlingen (zo’n 80%); niet vreemd in een buurt waar de meerderheid van de jongeren inmiddels van allochtone afkomst is.

Daarbij had de school zich ontwikkeld tot een VBO met een nadruk het ‘Individueel-profiel’ –zorgschoolprofiel; zorgleerlingen uit het BAO en nieuwkomers dienden dus een plek te krijgen in het Voortgezet Onderwijs.

Enerzijds was de school trots op die positie; anderzijds was er ook voortdurend de vraag of en hoe je de school kon profileren voor de categorie leerlingen met een grotere theoretische bagage.

 

8. 1992-2004; Sociale vernieuwing en daarna Vakmanschap:

Van 1992-1995, tegelijkertijd met de ontwikkeling van de Sociale Vernieuwing, begon de regionale overheid zich meer te bemoeien met een meer integrale aanpak van de probleemjeugd; afstemming en integratie van jeugdzorg en onderwijs aan de ene kant en aansluiting van onderwijs en werk en vervolgonderwijs aan de andere kant.

 

De school startte in die periode, mede op uitnodiging van de Gemeente en vanwege bestaande leer-en gedragsproblematieken onder jongeren die op de school zaten, met trajecten zoals werken en leren, dit om te voorkomen dat probleemjeugd voortijdig zou afstromen (VSV) en niet meer zou aanhaken bij de samenleving.

Verder werden de verworvenheden van het PBO (Primair Beroeps Onderwijs) ingebed in een regionaal project Vakmanschap, omdat de effecten daarvan heel gunstig uit bleken te pakken voor dit soort jongeren. In de arrangementen Vakmanschap was dit een integraal onderdeel van de ontwikkelingen binnen een zestal Amsterdamse scholen. Landelijk liep het experiment BAVO/PBO met doorlooptijd af in 1996. Daarvoor was dus het  kader van sociale vernieuwing in de plaats gekomen, waardoor de ingezette PBO weg verder regionaal werd uitgewerkt.

 

Hierin lag ook de latere basis voor het inzakken van niveau 1 in het VMBO (2004) en nu recent ook de mogelijkheid om in het VMBO te starten met niveau 2; zeker belangrijk voor VMBO scholen die veel Eerste opvang leerlingen bedienden en met name vanuit het Nova College en het gehele Amsterdamse onderwijsveld is dit uiteindelijk op landelijk niveau in de regelgeving gekomen.

Meer probleemleerlingen konden op die wijze blijven c.q aanhaken bij het onderwijs. Het NOVA college ontwikkelde zich vanwege de voorloper-functie van PBO en de opvang van nieuwkomers als belangrijke voorbeeldschool voor het verkrijgen van de indaling van niveau 1/2 in het VMBO. 

 

De Gemeente Amsterdam stimuleerde dit type ontwikkelingen middels de 4 G(rote)G(emeenten) gelden en het Onderwijsachterstanden beleid.

 

9. Ontwikkelingen binnen Esprit:

Fusie:

Op 1 augustus 1995 vindt de fusie plaats tussen Mondriaan College,  Marcanti College, Berlage Scholengemeenschap, NOVA College en S.G. Westelijke tuinsteden. Als bestuursnaam ontstaat Esprit Scholengroep, waar het Nova College vanaf dat moment onder valt.

 

Interne fusies:

De S.G. Westelijke tuinsteden (LHNO-MAVO) en NOVA College gaan samen.

Het NOVA College telt dan ongeveer 1000 leerlingen en de Westelijke Tuinsteden ongeveer 300-350 leerlingen.

De overlap in populatie is groot; veel leerlingen van de locatie Westelijke Tuinsteden blijken na toetsing LWOO leerlingen te zijn (ongeveer 70%). Een en ander betekende een verdere vergroting van het totaal aantal zorgleerlingen binnen NOVA College).

 

In 1999 wordt het MAVO deel van het Mondriaan College gekoppeld aan het NOVA College en wordt de Basisvorming van het NOVA onder de naam ‘Esprit Junior’ apart gepositioneerd in de NOVA-locatie in de Piet Mondriaanstraat.

Van deze nieuwe ‘Mondriaan-populatie’ blijkt na toetsing ongeveer 40-50% van de leerlingen een LWOO-status te hebben.

 

Met de HAVO/VWO-Mondriaan leerlingen wordt binnen Esprit op dat moment het Cartesiuslyceum aan het Frederik Hendrikplantsoen gestart; getracht wordt dit lyceum zo veel mogelijk aan de ‘bovenkant van de leerling-markt HAVO/VWO’ te plaatsen.

Het NOVA College gaat aan de slag met het restant aantal leerlingen en de daarbij behorende docenten die afkomstig waren van het Mondriaan Lyceum.

 

10. Regulier en Speciaal onderwijs in samenwerking:

In het kader van de ‘voorlopers van het samenwerkingsverband VSO-VO 28.2’ hebben de Wissel als VSO-LOM-school en het NOVA College binnen Amsterdam een lange tijd intensief samengewerkt op het gebied van zorgaanbod;

.

 

Vanaf  1988 zijn met name het NOVA College en de Wissel voortrekkers van de ontwikkelingen rond verdere integratie van speciaal en regulier onderwijs. Middels een beleidsitem binnen OC en W richtte men hiertoe landelijke projecten VSO-VO in met een verankering in de wetgeving. De Wissel werd Zorgschool binnen het SVO-LOM en het NOVA College werd Zorgschool binnen het VMBO. Naar aanleiding van een uitgebreide externe analyse werd de zorgstructuur binnen het NOVA College verder ingericht.

 

Vanuit de langdurige samenwerking tussen NOVA College en de Wissel was het voor de laatste school de stap naar een fusie met Esprit (toen het VSO-LOM werd opgeheven) vrij snel gezet.

De Wissel werd vanaf dat moment onderdeel van de Esprit Scholengroep met een populatie (later benoemd als) LWOO leerlingen met een specifieke indicatie voor ‘het volgen van onderwijs in een kleine locatie’.

 

De Wissel heeft zich historisch meer ontwikkeld als ‘schakelschool’ voor leerlingen  met een VSO-LOM-indicatie met als perspectief: na het tweede leerjaar schakelbaar naar het  regulier VMBO-onderwijs.

 

Het NOVA college heeft zich van ouds her ontwikkeld als ‘Zorgschool aan de onderkant van het VMBO segment’, met de nadruk op LWOO, Basis en Kaderberoeps met een klein beetje theoriestroom. Dat laatste was vooral afkomstig uit de opstroom van de ex-nieuwkomers, die zich op een later moment meer algemeen ontwikkelden.

 

11. Ontstaan van Praktijkschool binnen Esprit:

Vanwege de nieuwe regelgeving vanuit OC en W rond de inrichting van Praktijkscholen binnen het VMBO is vanuit Esprit samen met het ROC van Amsterdam in 2003 een aanvraag ingediend om aan het NOVA College een afdeling voor praktijkschoolleerlingen te mogen verbinden.

Dit is gebeurd omdat het NOVA College al lange tijd veel (ex-)Nieuwkomers telde, die nauwelijks opleiding hadden genoten of analfabeet waren bij binnenkomst in Nederland. Ook dienden zowel het NOVA College als het Montessori College Oost al deze analfabeten of VSO-MLK achtigen gewoon op te vangen, vanwege de bestuurlijke contracten tussen de scholen (SOLNA –Stichting Opvang Leerplichtige Nieuwkomers Amsterdam) en DMO.

 

Na de algemene taalperiode en de schakelperiode bleken vele (ex) nieuwkomers door te stromen op de school waar ze oorspronkelijk als Nieuwkomer waren gestart. Dit noodzaakte ook de oprichting van een afdeling praktijkschool, omdat een aantal leerlingen aan het einde van de Eerste Opvang (algemene taalperiode) bleken te voldoen aan de praktijkschoolcriteria/indicatie. Voorheen konden deze leerlingen binnen het IVBO worden opgenomen. Maar vanaf de invoering van het VMBO waren deze leerlingen aangewezen op de Basisberoepsgerichte leerroute gecombineerd met LWOO.

Een aantal van de ex analfabeten/VSO/MLK achtigen bleek niet aan dat BBL- niveau te kunnen voldoen. Dus was de praktijkschoolroute voor hen de juiste leerroute voor het mogelijk vervolgen van hun opleiding aan de school: leren wonen, werken en recreëren.

Ook had het NOVA College sinds 1991 een leerroute lopen voor de Basisschool- leerlingen waarvoor het VBO-A niveau (al dan niet gecombineerd met vakken op ‘B’niveau) een prima haalbare optie bleek.

 

Toen het VMBO met de leerwegen werd ingevoerd was een automatische doorloop van deze leerlingen naar het Voortgezet Onderwijs mogelijk; leerlingen konden òf in de praktijkschool worden geplaatst òf in het LWOO-VMBO (BBL).

Ook verzocht het Ministerie van OC en W om de ‘doorlaatbaarheid’ te beproeven van praktijkschool geïndiceerde leerlingen binnen/naar de BBL/LWOO-afsluitingsroutes.

 

Praktijkschool: Assistentenniveau 

Op grond van acties vanuit met name NOVA College is de vraagstelling aan OC en W gedaan om PBO varianten in te voeren: het indalen van het Assistenten niveau; niveau 1 en ook 2.

Veel risico jongeren bleken behoefte te hebben (en vooral ook de Ex-Nieuwkomers) aan Assistenten routes, die tot dusver uitsluitend in beperkte mate op ROC’s werden aangeboden.

 

Als antwoord van OC en W (staatssecretaris Adelmund) werd voor deze risicojongeren toen binnen het BBL traject de leerroute “werken en leren” ontwikkeld (2004). In eerste instantie was dit niet het antwoord op de ’Veldvraag’ voor het ontwikkelen van Assistentenroutes voor deze jongeren, al kon hier spoedig in Amsterdam mee worden geëxperimenteerd.

 

Inmiddels zijn er binnen OC en W mede door de vraag vanuit de grote steden ontwikkelingen aan de gang, -2010- die een indalen van niveau 2 in het VMBO zullen realiseren (een 10-tal experimenten is gestart).  

 

Fusie met Praktijkschool de Poort:

Binnen het samenwerkingsverband VSO-VO is er ook een (nauwe) koppeling tussen het NOVA College en de praktijkschool de Poort ontstaan. Leerlingen van de Poort volgden al vanaf ongeveer 1989 symbioselessen bij het NOVA College.

Ondermeer vanuit die samenwerking en de behoefte vanuit het stadsdeel om de Poort elders onder te brengen is er een fusie met Esprit tot stand gekomen. In het onderliggende fusiedocument, werd ook aangegeven welke specialisaties het NOVA College had in de praktijkschoolvariant en welke doelgroep specifiek binnen de Poort werd opgevangen.

Over het algemeen diende de zelfredzaamheid van de jongeren die binnen het NOVA College kunnen worden opgevangen op een hoger peil te staan dan dit voor de doelgroep binnen de Poort geldt (kleinschaliger aanpak).

 

Interne fusie Poort en Wissel:

In 2004 resulteerde dit in een fusie tussen Esprit en de Poort. Op datzelfde moment werd besloten tot een interne ‘koppeling’ tussen de Poort en de Wissel, waarmee “Zorgpunt Esprit” was ontstaan.

 

 

 

 

 

 

12. Ontwikkelingen van het aantal Nieuwkomers binnen NOVA:

Van 1999 tot en met 2003:

Het aantal tussentijds instromende Nieuwkomers loopt van 1999 t/m 2003 met een explosieve groei op. De opening van asielzoekerscentra draagt daartoe bij. Deze jongeren trekken van de ene locatie in Nederland naar de andere en in 2002-2003 telt het NOVA college ± 1200  van deze leerlingen. Hierdoor worden diverse nieuwe schoolgebouwen betrokken.

 

Binnen het NOVA College ontstaat er een ‘een ophoping’ van (ex) nieuwkomers waarvoor er een  plaatsingsgebrek is, binnen de bestaande locaties/opleidingen. Om dit op te lossen wordt ervoor gekozen om het aantal zij-instromers die via het inmiddels opgerichte School Loopbaan Centrum werden ingeschreven en afkomstig vanuit andere scholen, af te bouwen.   Oudere ex-nieuwkomers worden geadviseerd om door te stromen naar het ROC. 

 

13. Verhuisbewegingen binnen NOVA:

In de periode rondom 2000 vinden er binnen het Nova College diverse verhuizingen plaats, om steeds zoveel mogelijk passende eenheden op de diverse locaties te verkrijgen.

Gezien de onoverzichtelijkheid van de omgeving van het Mondriaangebouw is toen ook besloten om de Basisvorming van de school te vestigen in de veel kleinere locatie ‘Westelijke Tuinsteden’, een veel overzichtelijker en redelijk goed liggend gebouw.

Het gebouw Mondriaan werd toen volledig gevuld met Nieuwkomers: ‘algemene taalperiode en Schakelperiode’. Door de verbouwingen aan het hoofdgebouw was het nodig om de gehele techniekvleugel tijdelijk onder te brengen in de oude locatie van Dominicus Savio aan de Jan Evertsenstraat. In de loop van die tijd werden hier ook steeds meer Nieuwkomers opgevangen.

 

Het 2e jaar na de invoering van de Praktijkschool bleek, dat door de scherpere toepassing van criteria en het niet meer mogen aannemen van praktijkschoolleerlingen door LWOO scholen, er opeens een wachtlijst te ontstaan in Amsterdam voor ongeveer 90 praktijkschoolleerlingen. In een overleg tussen NOVA College en Esprit is toen besloten deze groep leerlingen op te vangen op de locatie Karel du Jardinstraat in de Pijp.

 

14. Politieke ontwikkelingen:

In het voorjaar van 2002 is er een nieuwe regering in aantocht. Pim Fortuijn benadrukte in zijn verkiezingscampagne het sluiten van de grenzen voor asielzoekers en nieuwkomers.

Dit gebeurt op het moment waarop het tussentijds binnenstromende aantal Nieuwkomers in het Amsterdamse VO zo ongeveer het hoogtepunt bereikt: 750 à 1000 jongeren. Meestal in de verhouding 1/3e  HAVO/VWO- achtigen en 2/3e lager niveau met een nadruk op de Praktijkschool. In die tijd verrezen ook de asielzoekerscentra als paddenstoelen uit de grond.

 

Vanaf cursus 2002-2003 ontstaat er de situatie dat er veel bewegingen rond asielzoekers zijn: van de ene stad trekken zij het hele jaar door naar een andere stad en ook binnen het NOVA College vallen die bewegingen waar te nemen. Er valt hierop geen pijl te trekken. Het is een continue komen en gaan van leerlingengroepen. En tegelijkertijd neemt de politiek de ene na de andere maatregel om inderdaad de grenzen te dichten.

 

Direct na het aantreden van de nieuwe regeringscoalitie CDA/VVD/D66 kondigt het kabinet een onverwachte en generale korting aan op de CUMI middelen. Iets wat het NOVA College diep treft. Een extra bezuiniging op de facilitering van (ex) nieuwkomers en jongeren die al langer in Nederland zijn is een feit; ongeveer 1 miljoen Euro structureel op jaarbasis. In het cursusjaar 2003-2004 stromen er nog ‘slechts’ 150 Nieuwkomers in de loop van het jaar binnen.

In Amsterdam worden met name het Montessori College Oost en het NOVA College sterk getroffen door deze plotselinge terugloop van het aantal  Nieuwkomers en de extra Rijkskorting op de vergoeding voor de CUMI leerlingen.

Het aantal leerlingen van het NOVA College daalt dan ook drastisch van 2300 in 2004 naar 1500 in 2006 en tot 1100 in 2009.

 

15. Profileringvraagstelling:

In het jaar waarin er voor het eerst een einde komt aan de in eerste instantie geleidelijke en daarna explosieve groei van het aantal Nieuwkomers ontstaat binnen het NOVA College de vraag naar een toekomstige (her)profilering van de school.

In loop van 2004-2005 wordt vanuit het NOVA College binnen Esprit het verzoek ingediend om uit te laten zoeken in hoeverre het mogelijk is/zou zijn om in binnen het NOVA College een HAVO opleiding aan te bieden. Dit bleek juridisch mogelijk.

Het NOVA College heeft zich als grote VMBO school historisch gezien ‘ontwikkeld’ als een zorgschool aan de ‘onderkant van het VMBO’. Niet een VMBO school waarvoor in eerste instantie wordt gekozen wordt. Het idee om een Havo te willen opzetten komt daarom met name voort uit de gedachte dat het Nova College daardoor meer aanzien zou krijgen in de ogen van de leerlingen en hun ouders, waardoor het aantrekkelijker zou zijn om in eerste instantie voor het Nova College te kiezen.

 

16. Ontwikkeling LWOO

Sinds het onderzoek naar LWOO leerlingen in het Amsterdamse VMBO (2005) zijn veel meer VMBO scholen in Amsterdam overgegaan tot het aanbieden van LWOO op plekken waar voor die tijd slechts VMBO aangeboden mocht worden. Met een betere screening bleken er meer LWOO leerlingen te zijn en voor hen was er nu gepast onderwijs.

 

Financieel bleek die operatie (ombouw naar LWOO) erg lucratief en de leerlingen zaten toch ook al voor een groot deel in die scholen. De scholen die traditioneel LWOO aanboden hebben er dus veel ‘concurrenten’ bij gekregen, omdat vrijwel alle scholen zijn overgegaan tot het aanbieden van LWOO onderwijs.

 

17. Omgevingskenmerken:

De woongebieden van Amsterdam-West, worden omklemd door het havengebied en de grenzen van Amsterdam. Sinds 1995 is gebouwd in Nieuw Sloten en het gebied van de Aker, voorlopig de laatste uitbreidingsgebieden van de regio Amsterdam West .

Hierdoor is er geen noemenswaardige groei in leerlingenaantal meer is. Er is zelfs sprake van een lichte daling, dat tevens wordt veroorzaakt door een lager kinderaantal per gezin.

 

18. 2008 - 2009

De huisvestingsplannen voor het NOVA College zoals deze destijds door Esprit bij DMO zijn ingediend impliceerden ook de toenmalige explosieve groei van het aantal Nieuwkomers.

Het totaal aantal leerlingen in de prognose van het NOVA College is in die tijd veel hoger ingeschat, omdat op dat moment nog geen zicht bestond op een trendbreuk in de groei van het aantal Nieuwkomers. Op grond daarvan is toen het eerste huisvestingsplan voor de toekomst gemaakt.

 

Door het aanbieden van HAVO wordt aan meer leerlingen de gelegenheid geboden om samen naar school te gaan na overstap van Basisschool naar Voortgezet onderwijs. Het tegengaan van onderwijssegregatie en het groeien naar een Brede school voor alle leerlingen in het kader van Passend onderwijs is iets wat wordt nagestreefd via deze beweging.

 Met ingang van 2008 is de HAVO/kans leerroute daadwerkelijk van start gegaan; in eerste instantie vooral voor de opstromers binnen het Nova College, met name voor (ex) Nieuwkomers.

Een goede ontwikkeling omdat leerlingen dan altijd binnen één school worden uitgedaagd voor ‘één niveau hoger’; zeker belangrijk binnen scholen die nu alleen nog maar VMBO aanbieden.

 

Symbiose:

In het kader van meer samen optrekken (samen naar school) verzorgt het NOVA vele praktijklessen voor scholen van speciaal onderwijs zoals (doven-slechthorenden; zmok; en andere speciale vormen van onderwijs). De verwachting is dat dit zal toenemen vanwege het landelijke beleidskader passend onderwijs; onlangs heeft het gezamenlijke VO Transferium zich ook hierbij gevoegd; ook hiervoor verzorgt het NOVA zeer flexibele trajecten; die meestal aan het begin van het jaar minder vol zijn dan lopende het jaar.

 

Nieuwkomers:

Een groep die sterk kan fluctueren gezien de ervaringen van de afgelopen jaren. Nu weer viel de afgelopen periode een aanwas te constateren ten opzichte van dezelfde periode in de afgelopen jaren.

Dit komt duidelijk doordat bij politieke uitspraken over de nieuwkomers er meteen een beweging op gang komt in verband met leerlingaantallen.

 

Meeting Points Amsterdam:

Naar aanleiding van het Regionaal Arrgangement Beroepsonderwijs Amsterdam (RABA –dat een vervolg was op de eerder Vakmanschap-projecten en de Sociale Vernieuwing) is gebleken dat de Meeting Point aanpak verder verspreid diende te worden binnen Amsterdam. Het Centrale punt MPA is gevestigd binnen het hoofdgebouw van het Nova College.

In de Meeting points vindt met name in het kader van de Vogelaarwijken de aansluiting plaats met buurtgebonden en regionale ontwikkelingen. Mede daarom stelde de Gemeente middelen ter beschikking om deze Meeting Points in te richten en qua inhoudelijkheid aan te sturen.

Het Nova College heeft al jaren een apart lokaal voor het Meeting Point ingericht en beschikt ook over een specifiek Meeting Point in de onderbouwlocatie.

 

Maatschappelijke stages:

Het huidige kabinet hecht aan cohesie en wil graag maatschappelijke stages in verband met Burgerschap tot stand brengen. Het gemeenschappelijk punt voor de VMBO scholen dat mede via subsidies van de Gemeente tot stand is gekomen is ook gehuisvest in de locatie Burgemeester Hogguerstraat.

 

Schoolloopbaancentrum:

Nu is het zo dat het passende onderwijs afkomt op de besturen, dat betekent dat het onderwijs meer aan zet is om de opvang en begeleiding van problematische leerlingen te gaan verzorgen.

Vandaar dat NOVA recent het SLC verder is gaan versterken:

Hierbij verzorgt het SLC NOVA onderwijs en werktoeleiding ( NOVA 10) en indien nodig en zorgt het SLC ook voor leerlingen die geschorst zijn/worden binnen één van de Esprit scholen.

Zo heeft Esprit in de STOP (SLC) NOVA 12 plekken ingekocht voor leerlingen die tijdelijke of langduriger opvang nodig hebben.

Uiteindelijk vangt het SLC als ‘plusvoorziening’ jaarlijks 40 leerlingen op afkomstig uit andere scholen in Amsterdam (West) en begeleid deze richting vervolgonderwijs of arbeidsmarkt. In dat kader verzorgt het NOVA ook symbiose lessen dus voor het Transferium. Dit is een populatie die niet in de reguliere telling zit.

 

19. Ontwikkelingen 2009-2010:

Samengaan NOVA Poort Wissel:

Inmiddels maken de Poort (Praktijkschool) en de Wissel deel uit van het NOVA College.

Zowel de Poort als de Wissel hebben in 2009-2010 op eigen kracht vrijwel geen leerlingen meer weten te werven, waardoor dit een logische stap is geweest. Voor leerlingen met een Praktijkschool indicatie is het Nova College aantrekkelijk, omdat opstroom naar Niveau 1 en zelfs Niveau 2 kan plaatsvinden.

Per 2009-2010 zijn de 3 scholen samengevoegd tot 1 organisatie.

 

Ontwikkelingen Technisch VMBO Amsterdam West:

Naar verwachting zal het NOVA College met ingang van 2010-2011 nog de enige resterende VMBO school zijn in West die een Techniek opleiding aanbiedt. In 1975 waren er nog vijf grote zelfstandige technische scholen in het westelijk deel van Amsterdam. Ook elders in de stad heeft een sanering van technisch VMBO plaatsgevonden. Techniek staat duidelijk onder druk.

In het NOVA College maken inmiddels veel Praktijkschoolleerlingen gebruik van de techniek opleidingen/lokalen.

 

Nu TEC West met ingang van 1 augustus 2010 ophoudt te bestaan, zullen er ongeveer 50 leerlingen van TEC West eenmalig instromen in leerjaar 4 van het NOVA College. Hieraan gekoppeld zullen mogelijk enige docenten van TEC West gedetacheerd worden op het NOVA.

 

Vakcollege-ontwikkelingen:

In 2009-2010 is de school meegegaan in de landelijke ontwikkelingen van de vakcolleges voor techniek.

Inmiddels zijn ook de vakcolleges VMBO voor Zorg en Welzijn in aantocht. Het NOVA College wil deze profilering ook oppakken.

 

Indalen niveau 2 MBO in het VMBO:

In 2009 is het experiment indalen niveau 2 goedgekeurd en leerlingen kunnen in maximaal 6 jaar op het NOVA College niveau 2 afronden; -eigenlijk de situatie zoals deze bij het ontstaan van de school in 1968 ook bestond. De verwachting is dat risicovolle VMBO leerlingen in de toekomst vaker deze niveau 2 route zullen gaan doen. Het is daarbij belangrijk dat de leerlingen beseffen dat ze op het Nova College meer kansen hebben dan op het ROC. Leerlingen zeggen nu veelal toe te zijn aan het ROC, omdat hen dat meer status verschaft alsmede een volwassen identiteit.

 

WRR rapport overbelaste jongeren:

Onder leiding van Pieter Winsemius schrijft de WRR in 2009 een rapport over ‘overbelaste jongeren’ die met name zitten in het VMBO en de eerste 2 niveaus (1 en 2) in het MBO. Overbelaste jongeren zijn jongeren waarbij sprake is van een gestapelde problematiek:

Leer-gedragsproblematiek, problematiek in de privé situatie en komend uit achterstandswijken.

 

Landelijk komen eenmalig middelen vrij om deze doelgroep via een specifieke experimentele aanpak te begeleiden. Via de Plusmiddelen gaat het NOVA College aan de slag om het School Loopbaan Centrum dat is ontstaan in 1990 opnieuw op de kaart te plaatsen in Amsterdam West en worden zeer problematische leerlingen opgevangen en begeleid op een intensieve wijze.

Een aanpak van Normen en Waarden via een het uitwerken van een apart Transsferium +, samen met Altra en Spirit zal worden uitgerold. De leerlingen zijn leer-of kwalificatieplichtig en moeten dus naar school. Aan de andere kant moet de school ervoor zorgen dat normen en waarden worden gehanteerd.

Dit noodzaakt dat leerlingen soms enige of langere tijd een aparte opvang nodig hebben; niet binnen de vier muren van de school; maar wel gerelateerd aan de school; zie ook verder onder Schoolplusvoorzieningen.

 

20. Aanpak vroegtijdige school verlaters:

Op landelijk en regionaal niveau is sinds 2008 sprake van een geïntensiveerde aanpak van de VSV problematiek.

 

Project warme overdracht; praten voor later en project verzuimcoach:

Het NOVA college herbergt van oudsher natuurlijk veel jongeren met problemen. Vandaar dat het project ‘Warme overdracht van risicovolle overstappers van VMBO naar MBO’ (praten voor later) wordt ontwikkeld om een 60-tal risicovolle jongeren intensief te begeleiden en nazorg te leveren tot en met een half jaar -als ze inmiddels al op het MBO zitten.

Dit project gaat in 2009 over in het project ‘Verzuimcoach’ dat door het NOVA in het Amsterdamse wordt ingebracht en waaraan ook andere VMBO scholen meedoen.

In dit project zijn 60 ‘spijbelende’ jongeren gevolgd en heel nauwkeurig in beeld gebracht. Ook een daarop volgende groep van 60 ‘wat lichtere gevallen’ wordt in beeld gebracht.

Het blijkt erg lastig en ingewikkeld om frequent verzuimende/spijbelende jongeren qua verzuim te corrigeren.

Een andere aanpak lijkt hiervoor nodig. Meer integrale samenwerking tussen school/leerplicht maar ook jeugdhulpverlenende instanties en instanties die gericht zijn op schuldsanering; vrije tijdsbesteding; psychische hulpverlening en ‘achter de voordeur-trajecten’.

In elk geval heeft het Nova College leerplicht dichter naar zich toegehaald door twee assistent-leerplichtambtenaren binnen de school te stationeren.

Schoolhuis/School 2 care:

Het NOVA College heeft met Altra en Spirit het initiatief genomen om te bezien of er een ‘permanente opvang’ zou kunnen worden gerealiseerd voor een 50-tal jongeren. Het is daarbij de bedoeling

dat de jongeren een 8.00-18.00 uur aanpak wordt aangeboden met zo mogelijk ook nachtopvang/begeleiding.

 

Schoolplus voorzieningen:

Scholen die jongeren met “gestapelde problemen” opvangen kunnen heel gemakkelijk in een soort vicieuze cirkel terecht komen: Je vangt leerlingen aan de onderkant van het schoolbestel op; daardoor mijden ouders/leerlingen die school weer meer als school van eerste optie en daardoor krijg je weer meer ‘onderkant’ leerlingen binnen.

Enerzijds moet je als school alles op alles zetten om nog meer uit deze jongeren te halen en anderzijds moet je een klimaat creëren waarbij jongeren worden uitgedaagd hun talenten te ontwikkelen, want als het op het ene gebied niet meezit zul je andere talenten moeten aanboren om de jongere bij de les te houden. Met name het werken aan taalverbetering en rekenvaardigheid zul je in de opzet van het onderwijs alle motivatie van de jongere moeten aanboren.

Vandaar dat het Nova op zoek is naar concepten zoals ondermeer beschreven in de school2care aanpak.

 

Ook in de Plusvoorzieningen-aanpak staat beschreven dat wij experimenteel aan de slag willen gaan om zwaar gedragsproblematische jongeren via een soort ‘lik op stuk’ aanpak, op normen en waarden te gaan opvangen. Dit concept zal de komende periode in samenwerking met andere stedelijke partners zoals scholen die deelnemen aan de School Veiligheids Team-aanpak en instanties zoals Altra/Spirit/Bascule nader worden uitgewerkt.

Ook zullen wij jongeren die uitvallen en die nog niet een primaire startkwalificatie hebben behaald in onze plusvoorziening opvangen en begeleiden via de aanpak van ons School Loopbaan Centrum en NOVA 10 aanpak.

 

21. Kwaliteitsaanpak-ontwikkelingen:

Commissie Mijerink & MBO normeringen:

Commissie Mijerink heeft als opvolger van Commissie Dijsselbloem recent een rapport uitgebracht over de taal & rekenleerlijnen die eigenlijk een landelijke standaard behoeven van Basisonderwijs tot en met HBO.

Recent zijn -afgeleid van Europese normen- normeringen tot stand gekomen voor het MBO op het gebied van taal/rekenen/vreemde talen en natuur/scheikunde/Biologie en Burgerschapsvaardigheden.

 

Kwaliteitsmetingen ‘zwakke & zeer zwakke scholen’:

Inmiddels is er een nieuwe kwaliteitsmeting voor het Basisonderwijs ingezet om te kunnen beoordelen welke scholen zwak/tot zeer zwak zijn. Via gevalideerde schoolonafhankelijke diagnostische toetsing worden de leerlingen gedurende de schoolperiode gemeten. Scholen die er niet in slagen de leerlingen op een bedoeld hoger niveau te krijgen zullen na (extra) onderzoek het risico lopen gesloten te worden (zeer zwakke scholen).

Voor het VO wordt niet aan een ander sturingsinstrument gedacht. De huidige VO kwaliteitskaart is en blijft –althans zoals het er nu naar uitziet bestaan. OC en W geeft aan: ‘Wij hebben immers de landelijke eindexamens als meetlat staan in het Voortgezet onderwijs’, daarbij aannemende dat ervan wordt uitgegaan dat die het niveau meten wat gemeten zou moeten worden.

Het NOVA College heeft getracht OC en W aan te geven de regeling zoals deze beoogd wordt voor het Basisonderwijs ook over te nemen voor het VO omdat naar mening van de school daarbij objectiever het leerrendement wordt gemeten dan via de huidige kwaliteitskaartmeting VO.

Het ziet er niet naar uit dat dit voorstel zal worden overgenomen; wel is een experimentele aanpak met de Rijks-hoofdinspecteur toegezegd op grond van de analyse van het Instroom-niveau van de leerlingen van het NOVA College.

Er worden nu een vijftal scholen in vergelijkbare situatie gezocht in Nederland; wellicht scholen uit de andere grote steden; want daar is een vergelijkbare problematiek in het VMBO (‘bovenkant’ scholen en ‘onderkant’ scholen).

 

 

Regionale ontwikkelingen:

BAO:

Sinds een aantal jaren is op Amsterdams niveau een ontwikkeling gaande waarbij scholen langs de landelijke CITO eindtoetsladder worden gelegd.

Recent zijn interventies gedaan bij BAO scholen die onder bovengenoemde norm (zouden) presteren, waarbij opgemerkt dat het Amsterdamse BAO hogere Citoscores haalt dan voorheen.

 

VO:

Halverwege 2009 heeft de dienst Maatschappelijke Ontwikkeling van Amsterdam aan NOVA-Esprit gevraagd of wij als een van de eerste scholen willen participeren in het project verdere kwaliteitsverbetering VO. Dit komt voort uit het feit dat de onderbouw van het Nova College volgens de huidige kwaliteitsmetingen op vrijwel 100% rendement staat, maar de bovenbouw nog met drie “rode kaarten” kampt.

1.  Er is experimenteel gestart met het gezamenlijk maken van een Sterkte en Zwakte analyse.

2.Tegelijkertijd is de school gevraagd te gaan participeren in een experimenteel project rond Veiligheid en Verzuimaanpak samen met de politie, DMO en Leerplicht. Ook wel SVT aanpak genoemd, die wordt gecoördineerd door één van de gebouwhoofden van het Nova College. SVT staat in deze voor School Veiligheids Team.

Tussen deze ontwikkeling en de plusscholenvoorziening van het NOVA zal dus een verband worden gebracht; met name voor die leerlingen die vanwege het zichtbaar hanteren van normen en waarden (en het overschrijden daarvan) een lik op stuk aanpak behoeven. Jongeren zullen soms buiten de school, elders fysiek worden geplaatst om na een forse overschrijding van normen en waarden alsnog ‘pedagogisch’ geschoold te worden en ook het leerproces moet doorgang kunnen vinden, omdat er anders vroegtijdig schoolverlaten dreigt.

3.Ook is ingestoken met een externe begeleider die via DMO is gekoppeld is aan de ontwikkelingen binnen de school aangaande de kansrijk-leren aanpak waarbij wij visie/missie nog daadwerkelijker proberen te koppelen aan concreet zichtbaar gedrag van docenten en andere medewerkers in de school.

Als voorbeeld: De Concept uitspraak: ‘de leerling is verantwoordelijk voor het eigen leren en de docent voor het feit dat dit zo optimaal mogelijk kan plaatsvinden’ wordt concreet uitgewerkt aan welke eisen die‘voorbereide omgeving’ moet voldoen:

Docenten moeten zo leerlijnen samen stellen met daarin kleine leerstappen zodat dit voor de  

leerlingen houvast biedt om te zien waar deze staat en waar deze naar toe moet/kan.

 

Tutoring:

Het afgelopen cursusjaar is gestart met Tutoring; dit om te zien in hoeverre jongeren gebaat zijn bij zo’n specifieke aanpak waarbij ze meerdere uren per week extra begeleiding ontvangen bij het verwerken van de leerstof. HBO studenten ondersteunen de Tutoring-leerlingen bij het maken van huiswerk en het uitwerken van lesopdrachten. Wetenschappelijk wordt onderzocht in hoeverre te bewijzen valt dat deze aanpak effectieve verbetering bewerkstelligt.

 

Planning komende periode 2010-2012; kwaliteitskaart & schoolontwikkeling:

In mei 2010 is een bezoek gebracht aan de beleids-top van het Ministerie van Onderwijs en Wetenschappen op grond van de brief die geschreven is rond de kwaliteitsmetingen VO/Kwaliteitskaart VO.

OC en W gaf daarbij aan niet de verwachting te hebben dat de huidige kwaliteitskaartmeting/aanpak verbeterd zou gaan worden.

Men gaf wel aan in te zien dat voor een school als het NOVA met de gemaakte instroomanalyse het vrijwel niet mogelijk is/zou zijn jongeren op het gewenste niveau van het VMBO BBL/Kader/Theoretisch te krijgen, met een leerachterstand van tussen de 2-5 jaar BAO.

Aangeven werd veel meer te kijken in de richting van oplossing zoals in Utrecht worden beoogd namelijk het neerzetten van een aparte school/opleiding voor dit soort jongeren.

Geopperd werd de school in die richting om te bouwen en met name de HAVO stroom ook sterk te benutten en te gebruiken voor het experimenteren met opstroom naar hogere niveaus (een soort VHBO van vroeger gekoppeld aan een school binnen jeugdonderwijs).

 

Dit betekent dat de school genoodzaakt is ‘drempels’ in te bouwen voor alle VMBO opleidingen, omdat anders het risico blijft bestaan van een slechte kwaliteitskaart uitslag wat weer negatief werkt voor de school en de toestroom van nieuwe leerlingen (negatieve spiraal).

 

1. Stellen van overgangsnormen binnen VMBO BBL/Kader/Theoretisch:

Leerlingen die naar verwachting een volgend leerjaar niet zullen kunnen voldoen aan de gestelde normen zullen in de eindvergadering, van het overgangsrapport naar een nieuw leerjaar, niet meer bevorderd kunnen worden. Voor het NOVA College is dit naar een van de stromen van BBL/Kader/Theoretisch, als de leerling naar verwachting die stroom niet met voldoende resultaat zal kunnen afronden (maximaal 0,5 punt afwijking op schoolexamendeel t.o.v. het centrale landelijke examen. Van oudsher bood het Nova College deze leerlingen juist altijd een kans.

 

De leerlingen die niet aan de overgangsnormen voor het VMBO zullen voldoen zal de volgende keuze geboden worden (vooral van onderbouw naar bovenbouw; en die normen hebben natuurlijk ook effect op de overgang van 1 naar leerjaar 2):

-Zittenblijven

-Overgaan naar VM-2 –is het niveau 2 van het MBO-(van leerjaar 2 naar 3 en van leerjaar 3 naar 4)

-Overgaan naar BBL werken en leren tegelijk –als de verwachting er is dat de leerling met

  max. 0,5 punt -verschil ten opzichte van landelijk centraal schriftelijk- zal slagen in het vierde leerjaar

  BBL (met werken en leren tegelijk).

-Overgaan naar niveau 1

-Overgaan naar assistentenniveau al dan niet in combinatie met niveau 1

 

2. Benutten van alle mogelijkheden van de HAVO stroom:

Binnen de HAVO stroom zijn diverse mogelijkheden om te schakelen/oriënteren/direct voor te bereiden op overstap naar HBO. Voor later bloeiende Nieuwkomers zijn er mogelijkheden tot behalen van deelkwalificaties.

Risico is dat de score voor HAVO dan ook weer mogelijk laag op kwaliteitskaart VO zal uitpakken; maar voordeel is dat dit dan heel duidelijk is bedoeld voor opstromers/risicojongeren.

 

NB:

1.

Het is maar goed dat de school de status van experiment heeft gekregen op VM-1 en recent ook VM-2 niveau; anders zou het aantal zittenblijvers of jongeren die van de school af zouden moeten enorm in de hoogte zijn gegaan –groei voortijdige uitstromers had het gevolg geweest van de stringente hantering van het waarderingskader van de huidige kwaliteitskaart VO (VMBO). Dit, omdat veel jongeren die binnen stromen in onze school zoveel achterstand hebben, dat afgevraagd moet worden of het reëel is dat binnen de cursusduur en aanpak van VMBO BBL/Kader/Theoretisch weg te werken is/zou zijn geweest. Zo hebben van alle 1150 leerlingen van vorig schooljaar maar 160 leerlingen een reguliere CITO eindtoets BAO gedaan.

Eigenlijk zal dus VM-2 (en VM-1 en assistenten niveau) gelukkig een ‘goede parallelroute’ zijn/blijken voor veel van deze kinderen om toch niet te boek te komen te staan als Voortijdig School Verlaters (in VMBO).

2.

Ook voor de opstromers uit het Praktijkschool-deel van onze school is het assistent-niveau of VM-1 een goede doorstroommogelijkheid!

3.

Op regionaal niveau zal onze (nieuwe) VM-2 opleiding mogelijk het gat tussen VMBO en MBO dichten. Het blijkt namelijk dat er nog steeds in de eerste niveaus van het MBO zijn er veel uitvallers zijn.

Door het aanbieden van een ‘herkansingsmogelijkheid in het jeugdonderwijs zullen wellicht alsnog veel jongeren op het niveau van een primaire startkwalificatie kunnen worden gebracht.

 

Aanpak Taal West VO:

In het verlengde van de Taalleerlijnen op landelijk niveau en het uitzoekwerk wat NOVA deed in verband met de kwaliteitskaartmetingen VO heeft het NOVA het initiatief genomen om in Amsterdam West met zoveel mogelijk VO scholen te starten met de aanpak van toetsing van Nederlandse taal, aan de hand van één  centrale toets die jaarlijks zal worden afgenomen (Diataal). Het is de bedoeling dat alle VO scholen hieraan deelnemen en de gegevens uitwisselen. Langdurig onderzoek zal deel uitmaken van de aanpak; bezien zal worden welke methodes of interventies het beste werken bij de diverse leerling-groepen en docenten. DMO heeft ondersteuning geleverd in verband met het koppelen van de Universitaire onderzoeker Folkert Kuijken aan dit project.

 

Ook zou op deze wijze het rekenen kunnen worden aangepakt.

Doel is het in beeld brengen van de leerontwikkelingen/achterstanden van leerlingen bij binnenkomst en de leervoortgang/leerrendement als ze op eenmaal op de VO scholen zitten.

Verder is het doel elkaar te steunen in de ontwikkelingen in West. Door dit zo aan te pakken wordt ook heel zichtbaar met welke populatie wij als scholen in AmsterdamWest van doen hebben en welke achterstand de leerlingen hebben bij binnenkomst en welke prestatie de scholen eigenlijk leveren of moeten gaan leveren.

 

22. RPO (Regionaal Plan Onderwijs):

De gemeente Amsterdam is verantwoordelijk voor de huisvesting van scholen. Nu is er leegstand in VO gebouwen. De Gemeente en de schoolbesturen VO hebben besloten om een regionaal plan van aanpak voor onderwijs voorzieningen in te stellen.

 

VMBO:

DMO en de VO besturen (OSVO) hebben in 2009 het eerste Regionale Plan VO geproduceerd. Kernpunt hierin is gebruik te maken van elkaars voorzieningen en de krachten te bundelen. Voor het Nova College is een rol weggelegd om binnen de school tot vakcolleges te komen, die binnen het landelijk jeugdonderwijs de trend zijn. Mogelijk dat het Nova College hier in Amsterdam West de enige aanbieder wordt.

In de maanden mei-juli 2010 staat er via een studiedag met de‘deep dive/brainstormende aanpak een bestuurlijke meeting op het programma om met name West in de kijker te zetten qua regionale aanpak.

 

VMBO Techniek West:

Knelpunt hierin is het niveau dat is vereist voor met name de Motorvoertuigentechniek- branche.Veel jongeren stromen in op VMBO BBL terwijl eigenlijk niveaus 3 en 4 een minimale vereiste zijn voor de ‘hogere techniek’ van deze branche.

Zeker dat een nieuwe uitbreiding van VMBO techniek afdelingen niet wenselijk is in West, gezien het aantal leerlingen en het huidige instroomniveau van de leerlingen.

 

VMBO Zorg en Welzijn West:

In ieder geval is binnen Zorg en Welzijn de landelijke ontwikkeling belangrijk om te komen tot colleges Zorg & Welzijn & Facilitair. Hierbij is met name het ministerie van Volksgezondheid geïnteresseerd, om dit onderwijs een nieuwe impuls te geven, om zodoende voor de toekomst te beschikken over voldoende instroom van nieuwe krachten in de branche.

Wel is in Amsterdam het niveau van instroom een probleem omdat het veelal leerlingen op VMBO BBL niveau betreft..

Vandaar dat de ontwikkelingen binnen het NOVA College zijn ingezet, op met name het behalen van een primaire beroepskwalificatie op niveau 2. In de branche zijn met name de niveaus 3 & 4 benodigd en welkom en op deze manier kunnen leerlingen na het Nova College rechtstreeks instromen op Niveau 3 van het ROC. Voordeel hiervan is, dat de leerlingen allemaal een op maat toegesneden traject krijgen aangeboden, waarbinnen intensieve begeleiding plaatsvindt.

 

VMBO Economie West:

Van nature kiezen op dit moment veel leerlingen in het VMBO voor deze sector. Dit heeft te maken met het imago van deze sector ten opzichte van de andere VMBO afdelingen (witte boord denken/ opstroom idee/ neerkijken op handwerkvakken).

Eigenlijk is dit naast de Theoretische Leerweg de meest ‘algemene leerweg in het VMBO’.

Ook hierbij geldt dat de branche eigenlijk de niveaus 3 & 4 nodig heeft, terwijl veel leerlingen op het niveau BBL werken. Zie ook de opmerkingen onder Zorg en Welzijn en Voertuigentechniek.

Ook hier weer is het gunstig dat het NOVA tot en met niveau 2 kan opleiden want met name leerlingen binnen deze ‘algemene sector’ lopen de kans op voortijdig schoolverlaten, met name omdat de eerste fase van deze opleiding nog niet specifiek vakgericht is.

Het Midden- en Kleinbedrijf heeft op dit moment ook erg veel negatief commentaar over de stagiaires uit de niveaus 1 & 2 . Los van het niveau betreft dit motivatie en het normoverschrijdend gedrag (met name binnen de detailhandelsbranche).

 

Het NOVA college beschikt nog steeds over een zeer specifieke afdeling in de sector Economie, namelijk de afdeling Mode & Commercie. Het is zeker relevant om Mode & Commercie verder uit te bouwen in samenspraak met ondermeer het regionale bedrijfsleven, gezien het nabij gelegen Confectiecentrum.

 

Ook is in de sector Economie de opleiding Koken en serveren & Brood en banketbakken opgenomen. Eveneens een belangrijke sector, zeker ook in verband met de ‘emancipatorische’ opdracht van onze school. Leerlingen verwerven binnen deze sector vaak specifieke gedragscompetenties die zeker belangrijk zijn in het vervolg van hun werkzame leven!

 

23. PROGNOSE LEERLINGENAANTAL VOOR CURSUS 2010-2011:

Daar waar het idee bestond dat het aantal leerlingen geleidijk zou dalen in het NOVA College (tot rond de 850 in 2012 ) ziet het er nu naar uit dat per 1 oktober 2010 de teller zal staan op ongeveer 1250 leerlingen. Daarna komen er naar schatting via de Nieuwkomers gedurende het gehele cursusjaar nog eens zo’n 50 leerlingen bij. Dus in plaats van een daling is een stijging te verwachten. De verwachting is dat 1250 leerlingen een redelijk constant aantal voor de komende jaren zal zijn.

 

 

R. Hanson

Update 16 mei 2010