Actueel
-
25 mrt 2010
Pimp your Shirt !!! -
03 mrt 2010
Raadsverkiezingen -
02 mrt 2010
Workshop R A P P E N -
04 feb 2010
Basisscholen bezoeken de Ontdekhoek Amsterdam Nova -
02 feb 2010
Gecombineerde leerroute -
29 jan 2010
IdeeënTank! -
23 jan 2010
Opendag 2010 -
20 jan 2010
De gezonde schoolkantine -
11 jan 2010
stagiaire zoekt begeleiding -
06 jan 2010
Nova-lab -
18 dec 2009
nova-local heeft prijs gewonnen -
14 dec 2009
Contactpersoon vertrouwenszaken -
27 nov 2009
festival Dancing -
29 okt 2009
Erasmus Mundus went Nova 2009 -
01 aug 2009
jaarplanning 2009 2010
Geschiedenis
Wat is NOVA College Amsterdam?
Even een stukje historie:
1. Startfase van de school
(1968-1975):
De
school is een overwegend buurtgerichte LTS school en bedient
Amsterdam West. De naaste vergelijkbare scholen zijn dan : LTS Patrimonium –
Christelijk, Dominicus Savio LTS –katholiek, Concordia Internos Bouwsschool,
Marcanti College Middenschool, Blaue erf Bakkersschool en Sint Hubertus - een Horecaopleiding,
Om meer te kunnen doen voor leerlingen in achterstandsituaties wordt de ITO licentie aangevraagd, waardoor extra faciliteiten binnenkomen voor de zwakkere leerlingen. De school ontwikkelde zich vanaf dat moment daardoor meer in de richting van een Zorgschool voor leerlingen met leer-en gedragsproblemen.
2. Nieuwkomers
(1975-1980):
In Amsterdam vangt de Gemeentelijke Bontekoe LEAO de Nieuwkomers op.(Eerste Opvang).
De J.W. Willemse (naam van het NOVA College op dat moment) gaat de ‘tweede opvang’ van deze jongeren verzorgen. Dus vanaf het 2e leerjaar nadat deze leerlingen eerst globaal Nederlands leerden op de Bontekoe. Binnen het ITO kunnen deze leerlingen met leerachterstand en veelal ook met gedragsproblematiek goed worden opgevangen.
1984:
Op verzoek van de
Gemeente Amsterdam gaat het NOVA college de Eerste opvang van Nieuwkomers doen
voor Amsterdam; samen met Montessori en Berlage en Huijgens. De Bontekoe wordt
dan gesloten; met het Amsterdamse scholenveld wordt dit in het kader van het
Onderwijs Voorrangs Beleid overeengekomen. Ook alle andere VO scholen zien in
dat je deze groep met name moet groeperen omdat hier specifiek onderwijs voor
nodig is.
3. Integratie Technisch Onderwijs en
Huishoud-en Nijverheidsonderwijs:
Vanwege de landelijke discussie om het LTS- en LHNO-onderwijs dichterbij elkaar te brengen (integratie van jongens en meisjes in één school voor LBO/3S project) gaat de J.W. Willemse een fusie aan met de LHNO-school Prinses Irene. De landelijke trend is om te komen tot integratie en emancipatie van beide groepen leerlingen (integratie van jongens en meisjesonderwijs).
Op dat moment wordt voor de LHNO afdelingen ook de IHNO licentie aangevraagd. Deze aanvraag biedt de mogelijkheid ook de benodigde extra zorg te verlenen voor de zwakkere jongeren in de Amsterdamse samenleving.
Vanwege de landelijke discussie om het LTS- en LHNO-onderwijs dichterbij elkaar te brengen (integratie van jongens en meisjes in één school voor LBO/3S project) gaat de J.W. Willemse een fusie aan met de LHNO-school Prinses Irene. Dit gebeurt ook met het oog op het vergroten van de instroom van leerlingen. Op dat moment is voor de LHNO afdelingen ook de IHNO licentie aangevraagd. Deze aanvraag biedt de mogelijkheid om meer leerlingen te kunnen trekken, die zo’n speciale indicatie konden krijgen. De aanvraag werd goedgekeurd en bracht meer geld binnen, mede door een toename van het aantal leerlingen met een speciale indicatiestelling; Zorgschool-profilering.
4. Afstoten
Leerlingstelsel en MBO en huidige roep om dat juist weer te koppelen:
Vrijwel tegelijkertijd wordt het Middelbaar Beroeps
Onderwijs van de Prinses Irene afgestoten naar het nieuwe MBO (in oprichting);
dit is een landelijke trend die de toenmalige politiek zo wenste te volgen
(namelijk het doorbreken van het 1e fase beroepsonderwijs (LBO en
LHNO) en het vervolgberoepsonderwijs; iets waarop men nu juist weer terugkomt -25
jaar later-!. Zo diende het toenmalige NOVA College ook in 1974 het
leerlingstelsel af te stoten; ook iets waar we nu 35 jaar later via werken en leren in het VMBO en het indalen van
niveau 1 en
5. 1985 - tot op heden gevolgen in verband
met Nieuwkomers opvang:
Het onderwijs na de schakelperiode nieuwkomers:
In de schakelperiode Nieuwkomers wordt nadrukkelijk aandacht besteed aan de schakeling naar met name de bovenbouw vakgebieden in de school zelf of de schakeling naar andere vervolgopleidingen in de 2e fase VO zoals destijds de streekschool.
Het doorstromen naar andere vervolgopleidingen gebeurde in het belang van de leerlingen, want onder de groepen Nieuwkomers komen leerlingen binnen van 12-18 jaar en natuurlijk is het individuele leerling-belang doorslaggevend. Het is dus niet eenautomatisme dat alle leerlingen doorstromen in de bovenbouw van de school, waar ze ook de eerste opvang hebben ontvangen. Dit punt is vanaf dat moment continue punt van aandacht geweest, want het heeft ook te maken met de vulling van de school, de schoolgrootte en de beschikbaarheid van locaties.
Indien er geen of te weinig locaties voorhanden waren, diende er een versnelde doorstroom van oudere ex-nieuwkomers richting het vervolgonderwijs plaats te vinden om het ‘prop’ effect te voorkomen.
Inmiddels was er een contract tussen de gemeente gesloten, waarin stond dat iedere nieuwkomer binnen 4 weken een plaatsing binnen een van de ‘Eerste Opvang scholen’ diende te ontvangen.
6. 1985-1994 PBO:
De school stapt in het landelijk -onder Minister Deetman- ontwikkelde dubbelexperiment Basisvorming en Primair Beroepsonderwijs. Enerzijds was er in die tijd de beweging tot de veralgemenisering van de onderbouw (Middenschool/Basisvorming -contourennota’s van Kemenade enz) en aan de andere kant was er, de school was ooit traditioneel ontstaan vanuit de vakschool- ontwikkeling’, ook de vraag om het vakonderwijs te versterken en
goed te benutten als kans voor de jongeren met leer-/gedragsproblemen.
Ook voor de ex-nieuwkomers die na een periode van 2 ‘taaljaren’ instroomden in de bovenbouw van de school was een vakopleiding eigenlijk een soort van eerste emancipatorische start op weg naar verdere integratie in samenleving/ vervolgonderwijs/werk.
Met name het PBO deel (werd toen gelijkgesteld met het KMBO – in afbouw en ombouw naar het MBO) was een goede mogelijkheid om meer schakeling en oriëntatie te gaan verzorgen op weg naar toentertijd het MBO in fusieontwikkeling.
Dit werd natuurlijk veel gebruikt door (ex) nieuwkomers; waarvoor inmiddels in de nieuwe landelijke wet op de Basisvorming een specifiek inrichtingsbesluit werd opgenomen om af te kunnen wijken van de bestaande lestabel-indelingen in de eerste fase Voortgezet Onderwijs voor nieuwkomers.
Het PBO experiment sloot daarop prima aan; veel ex-analfabete of in het thuisland zeer laagopgeleide jongeren konden zich in het PBO goed op het BeroepsVak zelf concentreren, want dat alleen werd geëxamineerd.
7. 1985-nu van ‘autochtoon naar kleurrijk:
De schoolpopulatie ontwikkelde zich in die periode steeds meer richting allochtone leerlingen (zo’n 80%); niet vreemd in een buurt waar de meerderheid van de jongeren inmiddels van allochtone afkomst is.
Daarbij had de school zich ontwikkeld tot een VBO met een nadruk het ‘Individueel-profiel’ –zorgschoolprofiel; zorgleerlingen uit het BAO en nieuwkomers dienden dus een plek te krijgen in het Voortgezet Onderwijs.
Enerzijds was de school trots op die positie; anderzijds was er ook voortdurend de vraag of en hoe je de school kon profileren voor de categorie leerlingen met een grotere theoretische bagage.
8. 1992-2004; Sociale vernieuwing en daarna
Vakmanschap:
Van 1992-1995, tegelijkertijd met de ontwikkeling van de SocialeVernieuwing, die in het begin van de negentiger jaren speelde, begon de regionale overheid zich meer te bemoeien met een meer integrale aanpak van de probleemjeugd; afstemming en integratie van jeugdzorg en onderwijs aan de ene kant en aansluiting van onderwijs en werk en vervolgonderwijs aan de andere kant.
De school startte in die periode, mede op uitnodiging van de gemeente en vanwege bestaande leer-en gedragsproblematieken onder jongeren die op de school zaten, met trajecten zoals werken en leren tegelijk, dit om te voorkomen dat probleemjeugd voortijdig zou afstromen (VSV) en niet meer zou aanhaken bij de samenleving - een verdere versterking van het profiel richting regionalezorgschool-.
Verder werden de verworvenheden van het PBO (Primair Beroeps Onderwijs) ingebed in een regionaal project Vakmanschap, omdat de effecten daarvan heel gunstig uit bleken te pakken voor dit soort jongeren. In de arrangementen Vakmanschap was dit een integraal onderdeel van de ontwikkelingen binnen een zestal Amsterdamse scholen. Landelijk liep het experiment BAVO/PBO met doorlooptijd af in 1996. Daarvoor was dus het kader van sociale vernieuwing in de plaats gekomen, waardoor de ingezette PBO weg verder regionaal werd uitgewerkt.
Hierin lag ook de latere basis voor het inzakken van niveau
Meer probleemleerlingen konden op die wijze blijven c.q
aanhaken bij het onderwijs. Het NOVA college ontwikkelde zich vanwege de
voorloper-functie van PBO en de opvang van nieuwkomers als belangrijke
kartrekker voor het verkrijgen van de
indaling van niveau
De gemeente Amsterdam stimuleerde dit type ontwikkelingen middels de 4 GG gelden en het onderwijsachterstanden beleid
9. Ontwikkelingen binnen Esprit:
Fusie:
In 1995-1996 vindt de fusie plaats tussen Mondriaan College, Marcanti College, Berlage scholengemeenschap, NOVA College en S.G. Westelijke tuinsteden.
Interne fusies:
De S.G. Westelijke tuinsteden (LHNO-MAVO) en NOVA College gaan samen.
Het NOVA College telt dan ongeveer 1000 leerlingen en de Westelijke tuinsteden ongeveer 300-350 leerlingen.
De overlap in populatie is groot; veel leerlingen van de locatie Westelijke Tuinsteden blijken na toetsing LWOO leerlingen te zijn (ongeveer 70%). Een en ander betekende een verdere vergroting van het totaal aantal zorgleerlingen binnen NOVA College).
In 1999 wordt het MAVO deel van het Mondriaan College gekoppeld aan het NOVA College en wordt de Basisvorming van het NOVA onder de naam ‘Esprit Junior’ apart gepositioneerd in de NOVA-locatie aan het Mondriaanstraat.
Van deze nieuwe ‘Mondriaan-populatie’ blijkt na toetsing ongeveer 40-50% van de leerlingen een LWOO-status te krijgen/hebben.
Met de HAVO/VWO-Mondriaan leerlingen wordt binnen Esprit op dat moment het Cartesiuslyceum aan het Frederik Hendrikplantsoen gestart; getracht wordt dit lyceum zo veel mogelijk aan de ‘bovenkant van de leerling-markt HAVO/VWO’ te plaatsen.
10. Regulier en Speciaal onderwijs in samenwerking:
In het kader van de ‘voorlopers van het samenwerkingsverband
VSO-VO
de uiteindelijke stedelijke projectleider van inmiddels de stichting samenwerkingsverband VSO-VO is afkomstig uit de Wissel.
Vanaf 1988 zijn met name het NOVA College en de Wissel kartrekkers binnen het Amsterdamse in verband met de ontwikkelingen rond verdere integratie van speciaal en regulier onderwijs. Middels een beleidsitem binnen OC en W richtte men hiertoe landelijke projecten VSO-VO in met een verankering in de wetgeving. De Wissel werd Zorgschool binnen het SVO-LOM en het NOVA College werd Zorgschool binnen het VMBO. Naar aanleiding van een uitgebreide externe analyse werd de zorgstructuur binnen het NOVA College verder ingericht.
Vanuit de langdurige samenwerking tussen NOVA College en de Wissel was het voor de laatste school de stap naar een fusie met Esprit (toen het VSO-LOM werd opgeheven) vrij snel gezet.
De Wissel werd vanaf dat moment onderdeel van de Esprit Scholengroep met een populatie (later benoemd als) LWOO leerlingen met een specifieke indicatie voor ‘het volgen van onderwijs in een kleine locatie’. In zoverre was/is de LWOO leerlingpopulatie van enerzijds Marcanti-NOVA en anderwijds de Wissel een ‘aanvullende’ populatie.
De Wissel heeft zich historisch meer ontwikkeld als ‘schakelschool’ voor leerlingen met een VSO-LOM-indicatie met als perspectief: schakelbaar naar het regulier VMBO-onderwijs.
Het NOVA college heeft zich historisch gezien ontwikkeld als ‘Zorgschool aan de onderkant van het VMBO segment met de nadruk op LWOO, Basis en Kaderberoeps met een klein beetje theoriestroom. Dat laatste was vooral afkomstig uit de opstroom van de ex-nieuwkomers, die zich op een later moment meer algemeen ontwikkelden.
Bovengenoemde positioneringen zijn regelmatig in de documenten over de positionering van de Esprit scholen beschreven.
11. Ontstaan van Praktijkschool binnen Esprit:
Vanwege de nieuwe regelgeving vanuit OC en W rond de inrichting van Praktijkscholen binnen het VMBO is vanuit Esprit samen met het ROC van Amsterdam in 1990 een aanvraag ingediend om aan het NOVA College een afdeling voor praktijkschoolleerlingen te mogen verbinden.
Dit is gebeurd omdat het NOVA College van oudsher veel (ex-)Nieuwkomers telde, die nauwelijks opleiding hadden genoten in het land van herkomst of analfabeet waren bij binnenkomst in Nederland. Ook dienden zowel het NOVA College als het Montessori College Oost al deze analfabeten of VSO-MLK achtigen gewoon op te vangen, vanwege de bestuurlijke contracten tussen de scholen (SOLNA) en DMO.
Na de algemene taalperiode en de schakelperiode bleken vele (ex) nieuwkomers door te stromen op de school waar ze oorspronkelijk als Nieuwkomer waren gestart. Dit noodzaakte ook de oprichting van een afdeling praktijkschool, omdat een aantal leerlingen aan het einde van de Eerste Opvang (algemene taalperiode) bleken te voldoen aan de praktijkschoolcriteria/indicatie. Voorheen konden deze leerlingen binnen het IVBO worden opgenomen. Maar vanaf de invoering van het VMBO waren deze leerlingen aangewezen op de Basisberoepsgerichte leerroute gecombineerd met LWOO.
Een aantal van de ex analfabeten/VSO/MLK achtigen bleek niet aan dat BBL- niveau te kunnen voldoen. Dus was de praktijkschoolroute voor hen de juiste leerroute voor het mogelijk vervolgen van hun opleiding aan de school.
Ook had het NOVA College sinds 1991 een leerroute lopen voor de Basisschool- leerlingen (BAO-MLK) waarbij via regionale 4 GG gelden een langdurig project
tot stand kwam tussen BAO/MLK opleidingen en het NOVA College. Met name voor leerlingen aan ‘de Bovenkant van het BAO/MLK onderwijs. Leerlingen waarvoor het VBO-A niveau (al dan niet gecombineerd met vakken op ‘B’niveau) een prima haalbare optie bleek.
Toen het VMBO met de leerwegen werd ingevoerd was een automatische doorloop van deze leerlingen naar het Voortgezet Onderwijs mogelijk; leerlingen konden of in de praktijkschool worden geplaatst of in het LWOO.
Ook verzocht het Ministerie van OC en W om de ‘doorlaatbaarheid’ te beproeven van praktijkschool geïndiceerde leerlingen binnen de BBL/LWOO-afsluitingsroutes.
Praktijkschool; werken en leren tegelijk en assitenten
niveau:
Op grond van acties vanuit met name NOVA College’, ingebracht in Samenwerkingsverband VSO-VO 28.2, is samen met veel andere Amsterdamse VMBO scholen de vraagstelling aan OC en W gedaan om PBO varianten in te voeren: het indalen van het assistenten niveau. Veel risico jongeren bleken de behoefte te hebben (en vooral en zeker ook de Ex-Nieuwkomers aan assistenten routes.
(Het ‘VMBO/ROC op maat’ van het ROC van Amsterdam kon deze routes inmiddels al wel in combinatie van VMBO en MBO aanbieden, mits binnen onder hetzelfde bestuur vallende opleidingen. Vandaar dat deze opleidingen een rechtstreekse concurrentie vormden in verband met de opvang van met name oudere ex-nieuwkomers ten opzichte van de ‘reguliere VMBO’ bovenbouwopleidingen van onze school)
Als antwoord van OC en W (staatssecretaris Adelmund) werd voor deze risicojongeren toen de leerroute “werken en leren” ontwikkeld; binnen de BBL route. In eerste instantie was dit niet het antwoord op de ’Veldvraag’ voor het ontwikkelen van assistentenroutes voor deze jongeren. Dit is/was wel aan de orde in 2004.
Wel bood OC en W toen op verzoek van met name de Amsterdamse VMBO scholen (verenigd in het samenwerkingsverband VO-VSO 28.2) de opening tot de inrichting van assistentenroutes binnen het VMBO.
Dit omdat destijds ook al een aantal andere scholen buiten het NOVA College gedurende Vakmanschap 1 ook al een succesvol PBO traject hadden doorlopen.
Inmiddels zijn er binnen OC en W mede door de vraag vanuit
de grote steden ontwikkelingen aan de gang, die straks een indalen van niveau
In het verlengde van Koers VO is OC en W een notitie aan het voorbereiden waarin men zich specifiek wenst te richten op het VMBO in relatie tot ‘probleemjeugd-ontwikkelingen’ met name in de grote steden.
Een aanpassing van examinering (eindexamenpakketten) en een verandering van de onderliggende afdelingenstructuur worden in de notitie aangekondigd. Dit gebeurt ondermeer om regionale ontwikkelingen tussen de beroepskolompartners VMBO-MBO en een afstemming op de regionale arbeidsmarkt beter mogelijk te maken.
Esprit; fusie met Praktijkschool de Poort:
Binnen het samenwerkingsverband VSO-VO was er ook een (nauwe) koppeling tussen het NOVA College en de praktijkschool de Poort ontstaan. Leerlingen van de Poort volgenden al vanaf ongeveer 1989 symbioselessen bij het NOVA College en sommigen van hun leerlingen maakten ook een overstap naar een van de opleidingen binnen NOVA. Ondermeer vanuit die samenwerking ontstond de vraag naar het onderzoeken van een mogelijke fusie tussen Esprit en de Poort (VSO-MLK). Dit kwam mede voort uit de ontwikkeling van de wet op het Voortgezet onderwijs, waarbij het bedoeling was dat het VSO/MLK zou worden opgenomen in de WVO. In de notities, die onderliggend werden geschreven bij het fusiedocument, werd ook aangegeven welke specialisaties het NOVA College had in de praktijkschoolvariant en welke doelgroep specifiek binnen de Poort werd opgevangen.
Over het algemeen dient de zelfredzaamheid van de jongeren die binnen het NOVA College kunnen worden opgevangen op een hoger peil te staan dan dit voor de doelgroep binnen de Poort geldt (kleinschaliger aanpak).
Interne fusie Poort en Wissel:
In 2004 resulteerde dit in een fusie tussen Esprit en de Poort.
Op datzelfde moment werd besloten tot een interne ‘fusie’ tussen de Poort en de Wissel en werd een koppeling tot stand gebracht tussen de nevenvestiging zorg (de Wissel) en de Poort (VSO/MLK). Tegelijkertijd werden deze scholen aangewezen als ‘zorgpunt’ Esprit.
12. Ontwikkelingen van het aantal Nieuwkomers binnen
NOVA:
Van 1999 tot en met 2003:
Het aantal tussentijds instromende Nieuwkomers loopt gestadig op in deze jaren met een explosieve groei in 2000, 2001 en 2002. De opening van asielzoekerscentra draagt daartoe bij. Deze jongeren trekken van de ene locatie in Nederland naar de andere en in 2002-2003 telt het NOVA college veel van deze leerlingen.
Het NOVA College gaat de opvang van Nieuwkomers ook verzorgen in de ex-locatie van Berlage Lyceum (Karel du Jardinstraat). En in latere instantie ook in de locaties Mondriaan en Jan Evertsenstraat (tijdelijk onderkomen ivm. de nieuwbouw op de hoofdlocatie/burgemeester Hogguerstraat).
In 2001-2002 groeit de populatie Nieuwkomers zo sterk dat binnen het NOVA een ‘een ophoping ontstaat van (ex) nieuwkomers waarvoor er een
plaatsingsgebrek is binnen de bestaande locaties/opleidingen.
Op dat moment wordt ervoor gekozen om het aantal zij-instromers vanuit andere scholen af te bouwen (fysiek en logistiek was daar geen plek meer voor) en worden oudere ex-nieuwkomers geadviseerd om daar waar mogelijk door te stromen naar het ROC. Dit om de ‘Prop’ aan leerlingen zoveel mogelijk te reguleren. De school gaf toen de praktijklessen techniek (bovenbouw) in een tijdelijk gebouw (Dominicus Savio) en de lessen Detail en ICT (bovenbouw) werden verzorgd in de locatie Mondriaan.
13. Verhuisbewegingen binnen NOVA:
In die periode vinden er binnen het Nova College diverse verhuizingen plaats om steeds zoveel mogelijk passende eenheden op de diverse locaties te verkrijgen.
Gezien de verpaupering van de omgeving van het Mondriaangebouw is toen ook besloten om de Basisvorming van de school te vestigen in de veel kleinere locatie ‘westelijke Tuinsteden’, een veel overzichtelijker en redelijk goed liggend gebouw.
In de locatie Karel du Jardinstraat zat destijds de Eerste Opvang van de Berlage. Toen de Berlage geen behoefte meer had aan dit gebouw is het NOVA College er ingetrokken om aldaar de steeds groeiende stroom Nieuwkomers in een extra locatie te kunnen opvangen.
Inmiddels was de Basisvorming verplaats naar de locatie Westelijke Tuinsteden en was het gebouw Mondriaan volledig gevuld met Nieuwkomers: algemene taalperiode en Schakelperiode.
Door de verbouwingen aan het hoofdgebouw was het nodig om de techniekvleugel tijdelijk onder te brengen in de oude locatie van Dominicus Savio/Huygens College aan de Jan Evertsenstraat. Ook dat gebouw werd in de loop van die tijd gebruikt voor de opvang van Nieuwkomers ten behoeve van de algemene taalperiode.
Het 2e jaar na de invoering van de Praktijkschool bleek, dat door de scherpere toepassing van criteria en het niet meer mogen aannemen van praktijkschoolleerlingen door LWOO scholen, er opeens een wachtlijst te ontstaan in Amsterdam voor ongeveer 90 praktijkschoolleerlingen. In een overleg tussen NOVA College en Esprit is toen besloten deze groep leerlingen op te vangen op de locatie Karel du Jardinstraat.
14. Politieke ontwikkelingen:
In het voorjaar van 2002 is er een nieuwe regering in aantocht. Pim Fortuijn benadrukte in zijn verkiezingscampagne het sluiten van de grenzen voor asielzoekers en nieuwkomers.
Dit gebeurde op het moment waarop het tussentijds binnenstromende aantal Nieuwkomers in Amsterdam zo ongeveer het hoogtepunt bereikte. In die tijd stroomden tussen de 750-1000 nieuwkomers in de loop van het jaar Amsterdam binnen. Meestal in de verhouding 1/3e HAVO/VWO- achtigen en 2/3e
Praktijkschool/LWOO/BBL/Kader/theoretisch- achtigen (met ook hier weer een verdeling van zeker 2/3e Praktijkschool/LWOO/BBL en 1/3e Kader en wat theoretische leerweg. In die tijd verrezen ook de asielzoekerscentra als paddenstoelen uit de grond.
Vanaf cursus 2002-2003 ontstaat er de situatie dat er heel veel bewegingen rond asielzoekers zijn: van de ene stad trekken zij door naar een andere stad en dat gebeurde het hele jaar door (ook binnen het NOVA College vallen die bewegingen waar te nemen). Er valt hierop soms geen pijl te trekken en voor de school geen prognose op te maken. Het is een continue komen en gaan van leerlingengroepen. En tegelijkertijd neemt de politiek de ene na de andere maatregel om inderdaad de grenzen dicht te zetten;
Direct na het aantreden van de nieuwe regeringscoalitie CDA/VVD/D66 kondigt het kabinet een onverwachte en generale korting aan op de CUMI middelen. Iets wat het NOVA College diep treft. Een extra bezuiniging op de facilitering van (ex) nieuwkomers en jongeren die al langer in Nederland zijn is een feit..De grenzen gaan dicht. In het cursusjaar 2003-2004 stromen en nog ‘slechts’ 150 Nieuwkomers in de loop van het jaar, dus na de teldatum, binnen. In dezelfde periode waren dat er zo’n 750-1000 op jaarbasis geweest.
In Amsterdam worden met name het Montessori College Oost en het NOVA College sterk getroffen door deze plotselinge terugloop van het aantal Nieuwkomers en de extra rijkskorting op de vergoeding voor de CUMI leerlingen. In andere grote steden vallen vergelijkbare ontwikkelingen te constateren bij met name de VMBO locaties.
Het aantal leerlingen van het NOVA College daalt dan ook drastisch in die periode omdat er nog maar mondjesmaat Nieuwkomers binnenkomen.
15. Profileringsvraagstelling:
In het jaar waarin er voor het eerst een einde komt aan de in eerste instantie geleidelijke en daarna explosieve groei van het aantal Nieuwkomers ontstaat binnen het NOVA College de vraag naar een toekomstige (her)profilering van de school.
In loop van 2004-2005 wordt vanuit het NOVA College het verzoek ingediend om uit te laten zoeken in hoeverre het mogelijk is/zou zijn om in binnen het NOVA College een HAVO opleiding aan te bieden.
Na onderzoek door de juridische dienst bleek dit voor het NOVA College mogelijk is, omdat de Burgemeester Hogguerstraat als de hoofdvestiging van de scholengroep te boek staat.
Het idee om dit te willen opzetten komt uit de volgende gedachten voort:
Ouders kiezen in eerste instantie voor VWO/HAVO scholen, daarna voor (VWO)/HAVO/MAVO scholen (waaronder ook het inmiddels opgerichte Islamitisch College in Amsterdam West met het accent op de godsdienstvoorkeur), daarna voor ‘V(M)BO vakscholen’ (zoals grafisch/land en tuinbouw/brood en banket/horeca/(detail)handelsscholen) en VMBO scholen die zich zoveel mogelijk aan de ‘bovenkant van de VMBO-markt profileren: Kader/theoretisch. Pas daarna kiezen ouders voor de ‘resterende VMBO scholen’. Waarbij techniekscholen/afdelingen qua keuze sector (op dit moment) überhaupt onder spanning staat. Waarbij weer valt te constateren dat een eerste keuze gaat naar kleinere VMBO-locaties boven een eerste keuze voor grotere VMBO-locaties.
Het NOVA College heeft zich als grote VMBO school historisch gezien ‘ontwikkeld’ als een zorgschool aan de ‘onderkant van het VMBO’. Niet een VMBO school waarvoor in eerste instantie (1e keus van ouders bij de kernprocedure) gekozen wordt (behalve de praktijkschoolleerlingen –want voor hen is dit een ‘opstroom idee-gedachte’). Dit blijkt al jaren uit de aanmeldingen vanuit het Basisonderwijs. Leerlingen die op andere scholen niet worden aangenomen (vanwege een te lage CITO score) worden in de 2e keuzeronde van de kernprocedure doorverwezen naar het NOVA College.
16. Risico van de continuering van de huidige profileringswijze in het huidige tijdsgewricht:
Sinds het onderzoek naar LWOO leerlingen in het Amsterdamse VMBO (vanuit het samenwerkingsverband VSO-VO) zijn veel meer VMBO aanbieders in Amsterdam overgegaan tot het aanbieden van LWOO onderwijs op plekken waar voor die tijd slechts VMBO aangeboden mocht worden.
In veel VMBO scholen bleek dat veel leerlingen een LWOO indicatie konden krijgen, die niet eerder waren vastgesteld vanwege het ontbreken van een adequate screening. Door het ontbreken van een LWOO licentie kregen deze leerlingen gewoon onderwijs in het VMBO.
Financieel bleek die operatie (ombouw naar LWOO) erg lucratief en de leerlingen zaten toch ook al voor een groot deel in die scholen. De scholen die traditioneel LWOO aanboden hebben er dus veel concurrenten bij gekregen.
De ‘traditionele’ en historisch gegroeide IVBO/LWOO scholen zijn niet in staat geweest om een halt toe te roepen aan die verdere LWOO ombouw en inzet op scholen die dat voor die tijd niet mochten aanbieden.
Inmiddels zijn dus vrijwel alle scholen (behalve grafisch en Islamitisch) overgegaan tot het aanbieden van LWOO onderwijs. En dus is de concurrentie in het onderste segment van de VMBO markt de afgelopen 1,5-2 jaar heel sterk toegenomen.
Een profiel waarop het NOVA traditioneel als een van de weinigen in Amsterdam West al sinds ongeveer 1975 zat.
17. Omgevingskenmerken:
De woongebieden van Amsterdam-West, worden omklemd door het havengebied en de grenzen van Amsterdam. Recent is gebouwd in Nieuw Sloten en het gebied van de Aker, voorlopig de laatste uitbreidingsgebieden van de regio Amsterdam West .
Recent is in Amsterdam-West een nieuwe brede school (op islamitische basis van start gegaan). En staat er nog een nieuwe brede school, ook in West, op stapel en ook op religieuze grondslag.
Eigenlijk is er sprake van een (te?) hoge concentratie van (nieuwe) opleidingen in het zelfde voedinggebied. Een voedingsgebied dat qua bevolkingssamenstelling en opbouw van jeugdigen zich zal stabiliseren in de komende jaren.
18. VMBO-Nieuwbouwplannen binnen Esprit en profilering:
De huisvestingsplannen voor het NOVA College zoals deze destijds door Esprit bij DMO zijn ingediend impliceerden ook de destijds explosieve groei van het aantal Nieuwkomers.
Het totaal aantal leerlingen in de prognose van het NOVA College zijn in die tijd veel hoger ingeschat, omdat op dat moment nog geen zicht bestond op een trendbreuk in de groei van het aantal Nieuwkomers. Dus de groei werd doorgetrokken voor de komende jaren. Op grond daarvan is de huisvesting voor de toekomst op zij gezet.
Aan het begin van het cursusjaar 2004-2005 is vanuit het
NOVA College nogmaals aangedrongen op een profilering met HAVO in het vaandel,
dit om te proberen de negatieve keuze
spiraal (van 2e keuze naar 1e keuze) te doorbreken. En
ook om de definitieve studie en opleidingskeuze uit te stellen en zo meer leerlingen de gelegenheid te bieden
samen naar school te gaan na overstap van Basisschool naar Voortgezet
onderwijs. Het tegengaan van onderwijssegregatie en het groeien naar een Brede
school voor alle leerlingen in het kader van Passend onderwijs is iets wat
wordt nagestreefd via deze beweging.
Ontwikkelingen in het
beroepsonderwijs:
Het NOVA College (met name de bovenbouw) zou zich meer in de richting van 2e fase (MBO) moeten ontwikkelen, zo staat in het huisvestingsplan te lezen. Dit ook in verband met de verdere exploitatie en uitbouw van de assistentenopleidingen voor de BBL/Assistenten-en leerlingen afkomstig uit de diverse regionale praktijkscholen.
De ontwikkeling van de beroepskolom tussen VMBO en MBO op
kaderniveau zou ook verder concreter gestalte moeten krijgen (overlap in
programma’s, starten van niveau
En aan de andere kant wordt aangegeven dat met name de nieuwbouwlocatie(s) van het NOVA College zoveel mogelijk op het bovenkantprofiel VMBO-HAVO ingericht moeten zijn.
Het snelste effect op de vergroting van een 1e keuze
voorkeur-selectie bij de kernprocedure is het krachtigst bij het volgen van
de optie van een HAVO-aanbod. Inmiddels
is dit een feit en zijn HAVO (kans)klassen gestart.
Tot zover het
historische overzicht.
In de hiernavolgende bijlage is aan te
treffen welke belangrijke activiteiten de school verzorgt; ook ligt hierin de
motivatie tot een aanvraag van een extra locatie in Geuzenveld; Nieuwbouw
Burgemeester de Vlugtlaan.
Ontwikkelingen op de hoofdlocatie
Burgemeester Hogguerstraat 2:
Medegebruik:
In de hoofdlocatie
aan de Burgemeester Hogguerstraat zijn inmiddels de volgende diensten
geplaatst:
Bureau
van de Esprit Scholen (4e etage)
En
op de derde etage
- Bureau
VIOS
- Bureau
VSO-VO
- Bureau
lerarentekort
- Bureau Taal
- Bureau
OSVO
- Bureau
Schakelloket
De leslokalen op
die etages zijn ingeruild voor de diverse bureaus. Alle OSVO onderdelen gelden
voor alle VO scholen in de stad en is er dus sprake van een gemeenschappelijk
belang. De diverse Gemeentelijke subsidies worden via dit orgaan verdeeld over
de stad.
Verder is in overleg besloten om in deze locatie de ontdekhoek te plaatsen waarvan veel Amsterdamse scholen gebruik zullen gaan maken; ook hierbij is sprake van een gemeenschappelijk belang met name in de richting van de impuls naar de sector techniek (een speerpunt van de Gemeente).
Symbioses:
In het kader van
meer samen optrekken (samen naar school) verzorgt het NOVA vele praktijklessen
voor scholen van speciaal onderwijs zoals (doven-slechthorenden; zmok; en
andere speciale vormen van onderwijs). Jaarlijks betekent dit op weekbasis
ongeveer een beslag van 4-5 leslokalen per week. De verwachting is dat dit zal
toenemen vanwege het landelijke beleidskader passend onderwijs; onlangs heeft
het gezamenlijke VO Transferium zich ook hierbij gevoegd; ook hiervoor verzorgt
het NOVA zeer flexibele trajecten; die meestal aan het begin van het jaar
minder vol zijn dan lopende het jaar.
Nieuwkomers:
Een groep die sterk
kan fluctueren gezien de ervaringen van de afgelopen jaren. Het ter beschikking
hebben van meer vierkante meters voor deze doelgroep is zeer zinvol gebleken.
Nu weer viel de afgelopen periode een aanwas te constateren ten opzichte van
dezelfde periode in de afgelopen jaren.
Zo is te
constateren dat bij politieke uitspraken over de nieuwkomers er meteen een
beweging op gang komt in verband met leerlingaantallen.
Meeting Points Amsterdam:
Naar aanleiding van
de RABA projectperiode is gebleken dat de Meeting Point aanpak verder verspreid
diende te worden binnen Amsterdam. Het Centrale punt MPA is gevestigd binnen de
locatie Burgemeester Hogguerstraat 2.
Ook een apart
lokaal voor Meeting Point is ingericht; inmiddels beschikt het NOVA ook over
een specifiek Meeting Point in de onderbouwlocatie. De Gemeente stelt middelen
ter beschikking om deze Meeting Points in te richten en qua inhoudelijkheid aan
te sturen; ook inmiddels de Meeting Points in oprichting zoals bijvoorbeeld in
Marokko.
In de Meeting points
vindt met name in het kader van de Vogelaar-wijken de aansluiting plaats met
buurtgebonden en regionale ontwikkelingen.
Techniek:
Het NOVA College
Amsterdam behoort tot een van de allerlaatste scholen in het Amsterdamse
waarbij er nog aparte techniek sectoren zijn te onderscheiden. Dit legt
natuurlijk veel nadruk op het ruimte beslag. Grote machines en derhalve veel
vierkante meters.
Ook een regionaal
item omdat de vrijwel overal een tekort dreigt aan vaklui met de aankomende
vergrijzing in die sector.
Maatschappelijke stages:
Het huidige kabinet
hecht aan cohesie en wil graag maatschappelijke stages in verband met
Burgerschap tot stand brengen. Het gemeenschappelijk bureau dat mede via de
Gemeente tot stand is gekomen is ook gehuisvest in de locatie Burgemeester Hogguerstraat.
Tegengaan segregatie en uitstel definitieve
studie en beroepskeuze voor BAO leerlingen:
Het NOVA College in
samenspraak met Esprit Scholen en mede op verzoek van het actieve stadsdeel
waarin de school staat is onlangs van start gegaan met het starten van een HAVO
opleiding.
Daar waar in den lande een steeds grotere verwijdering plaats vindt tussen HAVO/VWO enerzijds en VMBO anderzijds heeft Esprit besloten om conform de aanbevelingen van de stedelijke commissie te gaan voor tegengaan van nog meer segregatie binnen het onderwijssysteem. Het doel is vanuit een bredere school te laten groeien. De voorbeelden in het Amsterdamse geven te zien dat met name zeer brede scholen een aantrekkelijke factor zijn voor leerlingen. Ook de te vroege splitsing in meer kansrijke leerlingen en leer- of gedragszwakke leerlingen wordt op die wijze getracht te doorbreken. Er zitten hierin ook duidelijke g

