Actueel
Geschiedenis
Wat is NOVA College Amsterdam?
Even een stukje historie:
1. Startfase van de school
(1968-1975):
De
school is een overwegend buurtgerichte LTS school en bedient
Amsterdam West. De naaste vergelijkbare scholen zijn dan : LTS Patrimonium –
Christelijk, Dominicus Savio LTS –katholiek, Concordia Internos Bouwsschool,
Marcanti College Middenschool, Blaue erf Bakkersschool en Sint Hubertus - een Horecaopleiding,
Om meer te kunnen doen voor leerlingen in achterstandsituaties wordt de ITO licentie aangevraagd, waardoor extra faciliteiten binnenkomen voor de zwakkere leerlingen. De school ontwikkelde zich vanaf dat moment daardoor meer in de richting van een Zorgschool voor leerlingen met leer-en gedragsproblemen.
2. Nieuwkomers
(1975-1980):
In Amsterdam vangt de Gemeentelijke Bontekoe LEAO de Nieuwkomers op.(Eerste Opvang).
De J.W. Willemse (naam van het NOVA College op dat moment) gaat de ‘tweede opvang’ van deze jongeren verzorgen. Dus vanaf het 2e leerjaar nadat deze leerlingen eerst globaal Nederlands leerden op de Bontekoe. Binnen het ITO kunnen deze leerlingen met leerachterstand en veelal ook met gedragsproblematiek goed worden opgevangen.
In het kader van het
Onderwijs Voorrangs Beleid gaat het
3. Integratie Technisch Onderwijs
en Huishoud-en Nijverheidsonderwijs:
Vanwege de landelijke ontwikkeling
om het LTS- en LHNO-onderwijs dichterbij elkaar te brengen (integratie- en
emancipatie van jongens en meisjes in één school voor LBO) gaat de J.W.
Willemse een fusie aan met de LHNO-school Prinses Irene (1984).
Op dat moment wordt voor de
LHNO afdelingen ook de IHNO licentie aangevraagd. Deze aanvraag biedt de
mogelijkheid om de benodigde extra zorg te verlenen voor de zwakkere jongeren
in Amsterdam.
De aanvraag werd goedgekeurd
en bracht meer geld binnen, mede door een toename van het aantal leerlingen met
een speciale indicatiestelling, Zorgschool-profilering.
4. Afstoten Leerlingstelsel/
MBO en huidige roep tot koppeling:
Vrijwel tegelijkertijd wordt
het Middelbaar Beroeps Onderwijs van de Prinses Irene afgestoten naar het
nieuwe MBO (in oprichting); dit is een landelijke trend die de toenmalige
politiek zo wenste te volgen (namelijk het doorbreken van het 1e fase
beroepsonderwijs (LBO en LHNO) en het vervolgberoepsonderwijs; iets waarop men
nu juist weer terugkomt -25 jaar later! Zo diende het toenmalige
5. 1985 - heden gevolgen opvang
Nieuwkomers:
Het onderwijs na de
schakelperiode nieuwkomers:
In de schakelperiode
Nieuwkomers werd nadrukkelijk aandacht besteed aan de schakeling naar met name
de bovenbouw vakgebieden in de school zelf of de schakeling naar andere vervolgopleidingen
in de 2e fase VO, zoals destijds de streekschool.
Het doorstromen naar andere
vervolgopleidingen gebeurde in het belang van de leerlingen, want onder de
groepen Nieuwkomers komen leerlingen binnen van 12-18 jaar en natuurlijk is het
individuele leerlingbelang doorslaggevend. Het is dus niet een automatisme dat
alle leerlingen doorstromen in de bovenbouw van de school, waar ze ook de
eerste opvang hebben ontvangen. Dit punt is vanaf dat moment continu punt van
aandacht geweest, want het heeft ook te maken met de vulling van de school, de
schoolgrootte en de beschikbaarheid van locaties.
Indien er geen of te weinig locaties
voorhanden waren, diende er een versnelde doorstroom van oudere ex-nieuwkomers
richting het vervolgonderwijs plaats te vinden om het ‘prop’ effect te
voorkomen.
Inmiddels was er een contract
met de Gemeente gesloten, waarin stond dat iedere nieuwkomer binnen 4 weken een
plaatsing binnen een van de ‘Eerste Opvang scholen’ diende te ontvangen.
6. 1985-1994 PBO:
De school stapt in het
landelijk dubbelexperiment Basisvorming en Primair Beroepsonderwijs. Enerzijds
was er in die tijd de beweging tot de veralgemenisering van de onderbouw
(Middenschool/Basisvorming -contourennota’s van Kemenade enz) en aan de andere
kant was er ook de vraag om het vakonderwijs te versterken en goed te benutten
als kans voor de jongeren met leer-/gedragsproblemen.
Ook voor de ex-nieuwkomers
die na een periode van 2 ‘taaljaren’ instroomden in de bovenbouw van de school, was een vakopleiding
eigenlijk een soort van eerste emancipatorische start op weg naar verdere
integratie in samenleving/ vervolgonderwijs/werk.
Met name het PBO deel (toen
gelijkgesteld met het KMBO) was een goede mogelijkheid om meer schakeling en oriëntatie
te gaan verzorgen op weg naar toentertijd het MBO in fusieontwikkeling.
Dit werd natuurlijk veel
gebruikt door (ex) nieuwkomers; waarvoor inmiddels in de nieuwe landelijke wet
op de Basisvorming een specifiek inrichtingsbesluit werd opgenomen, om af te
kunnen wijken van de bestaande lestabel-indelingen in de eerste fase Voortgezet
Onderwijs.
Het PBO experiment sloot
daarop prima aan; veel ex-analfabeten of in het thuisland zeer laagopgeleide
jongeren konden zich in het PBO goed op het BeroepsVak zelf concentreren, want
dat alleen werd geëxamineerd.
7. 1985-nu van ‘autochtoon
naar kleurrijk:
De schoolpopulatie
ontwikkelde zich in die periode steeds meer richting allochtone leerlingen
(zo’n 80%); niet vreemd in een buurt waar de meerderheid van de jongeren
inmiddels van allochtone afkomst is.
Daarbij had de school zich
ontwikkeld tot een VBO met een nadruk het ‘Individueel-profiel’ –zorgschoolprofiel;
zorgleerlingen uit het BAO en nieuwkomers dienden dus een plek te krijgen in het Voortgezet Onderwijs.
Enerzijds was de school trots
op die positie; anderzijds was er ook voortdurend de vraag of en hoe je de
school kon profileren voor de categorie leerlingen met een grotere theoretische
bagage.
8. 1992-2004; Sociale
vernieuwing en daarna Vakmanschap:
Van 1992-1995,
tegelijkertijd met de ontwikkeling van de Sociale Vernieuwing, begon de
regionale overheid zich meer te bemoeien met een meer integrale aanpak van de probleemjeugd;
afstemming en integratie van jeugdzorg en onderwijs aan de ene kant en
aansluiting van onderwijs en werk en vervolgonderwijs aan de andere kant.
De school startte in die
periode, mede op uitnodiging van de Gemeente en vanwege bestaande leer-en
gedragsproblematieken onder jongeren die op de school zaten, met trajecten
zoals werken en leren, dit om te voorkomen dat probleemjeugd voortijdig zou
afstromen (VSV) en niet meer zou aanhaken bij de samenleving.
Verder werden de
verworvenheden van het PBO (Primair Beroeps Onderwijs) ingebed in een regionaal
project Vakmanschap, omdat de effecten daarvan heel gunstig uit bleken te
pakken voor dit soort jongeren. In de arrangementen Vakmanschap was dit een
integraal onderdeel van de ontwikkelingen binnen een zestal Amsterdamse
scholen. Landelijk liep het experiment BAVO/PBO met doorlooptijd af in 1996.
Daarvoor was dus het kader van sociale
vernieuwing in de plaats gekomen, waardoor de ingezette PBO weg verder regionaal
werd uitgewerkt.
Hierin lag ook de latere
basis voor het inzakken van niveau
Meer probleemleerlingen
konden op die wijze blijven c.q aanhaken bij het onderwijs. Het
De Gemeente Amsterdam
stimuleerde dit type ontwikkelingen middels de
9. Ontwikkelingen binnen
Esprit:
Fusie:
Op 1 augustus 1995 vindt de
fusie plaats tussen
Interne fusies:
De S.G. Westelijke
tuinsteden (LHNO-MAVO) en
Het
De overlap in populatie is
groot; veel leerlingen van de locatie Westelijke Tuinsteden blijken na toetsing
LWOO leerlingen te zijn (ongeveer 70%). Een en ander betekende een verdere
vergroting van het totaal aantal zorgleerlingen binnen
In 1999 wordt het MAVO deel
van het
Van deze nieuwe
‘Mondriaan-populatie’ blijkt na toetsing ongeveer 40-50% van de leerlingen een LWOO-status
te hebben.
Met de HAVO/VWO-Mondriaan
leerlingen wordt binnen Esprit op dat moment het Cartesiuslyceum aan het
Frederik Hendrikplantsoen gestart; getracht wordt dit lyceum zo veel mogelijk
aan de ‘bovenkant van de leerling-markt HAVO/VWO’ te plaatsen.
Het
10. Regulier en Speciaal
onderwijs in samenwerking:
In het kader van de
‘voorlopers van het samenwerkingsverband VSO-VO
.
Vanaf 1988 zijn met name het
Vanuit de langdurige
samenwerking tussen
De Wissel werd vanaf dat
moment onderdeel van de Esprit Scholengroep met een populatie (later benoemd
als) LWOO leerlingen met een specifieke indicatie voor ‘het volgen van
onderwijs in een kleine locatie’.
De Wissel heeft zich
historisch meer ontwikkeld als ‘schakelschool’ voor leerlingen met een VSO-LOM-indicatie met als
perspectief: na het tweede leerjaar schakelbaar naar het regulier VMBO-onderwijs.
Het
11. Ontstaan van
Praktijkschool binnen Esprit:
Vanwege de nieuwe
regelgeving vanuit OC en W rond de inrichting van Praktijkscholen binnen het
VMBO is vanuit Esprit samen met het ROC van Amsterdam in 2003 een aanvraag
ingediend om aan het
Dit is gebeurd omdat het
Na de algemene taalperiode
en de schakelperiode bleken vele (ex) nieuwkomers door te stromen op de school
waar ze oorspronkelijk als Nieuwkomer waren gestart. Dit noodzaakte ook de
oprichting van een afdeling praktijkschool, omdat een aantal leerlingen aan het
einde van de Eerste Opvang (algemene taalperiode) bleken te voldoen aan de
praktijkschoolcriteria/indicatie. Voorheen konden deze leerlingen binnen het
IVBO worden opgenomen. Maar vanaf de invoering van het VMBO waren deze
leerlingen aangewezen op de Basisberoepsgerichte leerroute gecombineerd met
LWOO.
Een aantal van de ex
analfabeten/VSO/MLK achtigen bleek niet aan dat BBL- niveau te kunnen voldoen.
Dus was de praktijkschoolroute voor hen de juiste leerroute voor het mogelijk
vervolgen van hun opleiding aan de school: leren wonen, werken en recreëren.
Ook had het
Toen het VMBO met de
leerwegen werd ingevoerd was een automatische doorloop van deze leerlingen naar
het Voortgezet Onderwijs mogelijk; leerlingen konden òf in de praktijkschool
worden geplaatst òf in het LWOO-VMBO (BBL).
Ook verzocht het Ministerie
van OC en W om de ‘doorlaatbaarheid’ te beproeven van praktijkschool
geïndiceerde leerlingen binnen/naar de BBL/LWOO-afsluitingsroutes.
Praktijkschool:
Assistentenniveau
Op grond van acties vanuit
met name
Veel risico jongeren bleken
behoefte te hebben (en vooral ook de Ex-Nieuwkomers) aan Assistenten routes,
die tot dusver uitsluitend in beperkte mate op ROC’s werden aangeboden.
Als antwoord van OC en W
(staatssecretaris Adelmund) werd voor deze risicojongeren toen binnen het BBL
traject de leerroute “werken en leren” ontwikkeld (2004). In eerste instantie
was dit niet het antwoord op de ’Veldvraag’ voor het ontwikkelen van Assistentenroutes
voor deze jongeren, al kon hier spoedig in Amsterdam mee worden
geëxperimenteerd.
Inmiddels zijn er binnen OC
en W mede door de vraag vanuit de grote steden ontwikkelingen aan de gang, -2010-
die een indalen van niveau
Fusie met Praktijkschool de
Poort:
Binnen het
samenwerkingsverband VSO-VO is er ook een (nauwe) koppeling tussen het
Ondermeer vanuit die
samenwerking en de behoefte vanuit het stadsdeel om de Poort elders onder te
brengen is er een fusie met Esprit tot stand gekomen. In het onderliggende fusiedocument,
werd ook aangegeven welke specialisaties het
Over het algemeen diende de
zelfredzaamheid van de jongeren die binnen het
Interne fusie Poort en
Wissel:
In 2004 resulteerde dit in
een fusie tussen Esprit en de Poort. Op datzelfde moment werd besloten tot een
interne ‘koppeling’ tussen de Poort en de Wissel, waarmee “Zorgpunt Esprit” was
ontstaan.
12. Ontwikkelingen van het
aantal Nieuwkomers binnen NOVA:
Van 1999 tot en met 2003:
Het aantal tussentijds
instromende Nieuwkomers loopt van 1999 t/m 2003 met een explosieve groei op. De
opening van asielzoekerscentra draagt daartoe bij. Deze jongeren trekken van de
ene locatie in Nederland naar de andere en in 2002-2003 telt het
Binnen het
13. Verhuisbewegingen binnen
NOVA:
In de periode rondom 2000 vinden
er binnen het
Gezien de onoverzichtelijkheid
van de omgeving van het Mondriaangebouw is toen ook besloten om de Basisvorming
van de school te vestigen in de veel kleinere locatie ‘Westelijke Tuinsteden’,
een veel overzichtelijker en redelijk goed liggend gebouw.
Het gebouw Mondriaan werd
toen volledig gevuld met Nieuwkomers: ‘algemene taalperiode en Schakelperiode’.
Door de verbouwingen aan het hoofdgebouw was het nodig om de gehele
techniekvleugel tijdelijk onder te brengen in de oude locatie van Dominicus
Savio aan de Jan Evertsenstraat. In de loop van die tijd werden hier ook steeds
meer Nieuwkomers opgevangen.
Het 2e jaar na de invoering
van de Praktijkschool bleek, dat door de scherpere toepassing van criteria en
het niet meer mogen aannemen van praktijkschoolleerlingen door LWOO scholen, er
opeens een wachtlijst te ontstaan in Amsterdam voor ongeveer 90
praktijkschoolleerlingen. In een overleg tussen
14. Politieke ontwikkelingen:
In het voorjaar van 2002 is
er een nieuwe regering in aantocht. Pim Fortuijn benadrukte in zijn
verkiezingscampagne het sluiten van de grenzen voor asielzoekers en
nieuwkomers.
Dit gebeurt op het moment
waarop het tussentijds binnenstromende aantal Nieuwkomers in het Amsterdamse VO
zo ongeveer het hoogtepunt bereikt: 750 à 1000 jongeren. Meestal in de
verhouding 1/3e HAVO/VWO- achtigen en
2/3e lager niveau met een nadruk op de Praktijkschool. In die tijd verrezen ook
de asielzoekerscentra als paddenstoelen uit de grond.
Vanaf cursus 2002-2003
ontstaat er de situatie dat er veel bewegingen rond asielzoekers zijn: van de
ene stad trekken zij het hele jaar door naar een andere stad en ook binnen het
Direct na het aantreden van
de nieuwe regeringscoalitie CDA/VVD/D66 kondigt het kabinet een onverwachte en
generale korting aan op de CUMI middelen. Iets wat het
In Amsterdam worden met name
het Montessori College Oost en het
Het aantal leerlingen van
het
15. Profileringvraagstelling:
In het jaar waarin er voor
het eerst een einde komt aan de in eerste instantie geleidelijke en daarna
explosieve groei van het aantal Nieuwkomers ontstaat binnen het
In loop van 2004-2005 wordt
vanuit het
Het
16. Ontwikkeling LWOO
Sinds het onderzoek naar
LWOO leerlingen in het Amsterdamse VMBO (2005) zijn veel meer VMBO scholen in
Amsterdam overgegaan tot het aanbieden van LWOO op plekken waar voor die tijd
slechts VMBO aangeboden mocht worden. Met een betere screening bleken er meer
LWOO leerlingen te zijn en voor hen was er nu gepast onderwijs.
Financieel bleek die
operatie (ombouw naar LWOO) erg lucratief en de leerlingen zaten toch ook al
voor een groot deel in die scholen. De scholen die traditioneel LWOO aanboden
hebben er dus veel ‘concurrenten’ bij gekregen, omdat vrijwel alle scholen zijn
overgegaan tot het aanbieden van LWOO onderwijs.
17. Omgevingskenmerken:
De woongebieden van
Amsterdam-West, worden omklemd door het havengebied en de grenzen van
Amsterdam. Sinds 1995 is gebouwd in Nieuw Sloten en het gebied van de Aker,
voorlopig de laatste uitbreidingsgebieden van de regio Amsterdam West .
Hierdoor is er geen
noemenswaardige groei in leerlingenaantal meer is. Er is zelfs sprake van een
lichte daling, dat tevens wordt veroorzaakt door een lager kinderaantal per
gezin.
18. 2008 - 2009
De huisvestingsplannen voor
het
Het totaal aantal leerlingen
in de prognose van het
Door het aanbieden van HAVO
wordt aan meer leerlingen de gelegenheid geboden om samen naar school te gaan
na overstap van Basisschool naar Voortgezet onderwijs. Het tegengaan van
onderwijssegregatie en het groeien naar een Brede school voor alle leerlingen
in het kader van Passend onderwijs is iets wat wordt nagestreefd via deze
beweging.
Met ingang van 2008 is de HAVO/kans leerroute daadwerkelijk
van start gegaan; in eerste instantie vooral voor de opstromers binnen het
Een goede ontwikkeling omdat
leerlingen dan altijd binnen één school worden uitgedaagd voor ‘één niveau hoger’;
zeker belangrijk binnen scholen die nu alleen nog maar VMBO aanbieden.
Symbiose:
In het kader van meer samen
optrekken (samen naar school) verzorgt het NOVA vele praktijklessen voor
scholen van speciaal onderwijs zoals (doven-slechthorenden; zmok; en andere
speciale vormen van onderwijs). De verwachting is dat dit zal toenemen vanwege
het landelijke beleidskader passend onderwijs; onlangs heeft het gezamenlijke
VO Transferium zich ook hierbij gevoegd; ook hiervoor verzorgt het NOVA zeer
flexibele trajecten; die meestal aan het begin van het jaar minder vol zijn dan
lopende het jaar.
Nieuwkomers:
Een groep die sterk kan
fluctueren gezien de ervaringen van de afgelopen jaren. Nu weer viel de
afgelopen periode een aanwas te constateren ten opzichte van dezelfde periode
in de afgelopen jaren.
Dit komt duidelijk doordat
bij politieke uitspraken over de nieuwkomers er meteen een beweging op gang
komt in verband met leerlingaantallen.
Meeting Points Amsterdam:
Naar aanleiding van het
Regionaal Arrgangement Beroepsonderwijs Amsterdam (RABA –dat een vervolg was op
de eerder Vakmanschap-projecten en de Sociale Vernieuwing) is gebleken dat de
Meeting Point aanpak verder verspreid diende te worden binnen Amsterdam. Het
Centrale punt MPA is gevestigd binnen het hoofdgebouw van het Nova College.
In de Meeting points vindt
met name in het kader van de Vogelaarwijken de aansluiting plaats met
buurtgebonden en regionale ontwikkelingen. Mede daarom stelde de Gemeente
middelen ter beschikking om deze Meeting Points in te richten en qua
inhoudelijkheid aan te sturen.
Het
Maatschappelijke stages:
Het huidige kabinet hecht aan
cohesie en wil graag maatschappelijke stages in verband met Burgerschap tot
stand brengen. Het gemeenschappelijk punt voor de VMBO scholen dat mede via
subsidies van de Gemeente tot stand is gekomen is ook gehuisvest in de locatie
Burgemeester Hogguerstraat.
Schoolloopbaancentrum:
Nu is het zo dat het
passende onderwijs afkomt op de besturen, dat betekent dat het onderwijs meer
aan zet is om de opvang en begeleiding van problematische leerlingen te gaan
verzorgen.
Vandaar dat NOVA recent het
SLC verder is gaan versterken:
Hierbij verzorgt het SLC
NOVA onderwijs en werktoeleiding (
Zo heeft Esprit in de STOP
(SLC) NOVA 12 plekken ingekocht voor leerlingen die tijdelijke of langduriger
opvang nodig hebben.
Uiteindelijk vangt het SLC als
‘plusvoorziening’ jaarlijks 40 leerlingen op afkomstig uit andere scholen in
Amsterdam (West) en begeleid deze richting vervolgonderwijs of arbeidsmarkt. In
dat kader verzorgt het NOVA ook symbiose lessen dus voor het Transferium. Dit
is een populatie die niet in de reguliere telling zit.
19. Ontwikkelingen 2009-2010:
Samengaan NOVA Poort Wissel:
Inmiddels maken de Poort
(Praktijkschool) en de Wissel deel uit van het NOVA College.
Zowel de Poort als de Wissel
hebben in 2009-2010 op eigen kracht vrijwel geen leerlingen meer weten te
werven, waardoor dit een logische stap is geweest. Voor leerlingen met een
Praktijkschool indicatie is het
Per 2009-2010 zijn de 3
scholen samengevoegd tot 1 organisatie.
Ontwikkelingen Technisch
VMBO Amsterdam West:
Naar verwachting zal het
In het
Nu TEC West met ingang van 1
augustus 2010 ophoudt te bestaan, zullen er ongeveer 50 leerlingen van TEC West
eenmalig instromen in leerjaar 4 van het NOVA College. Hieraan gekoppeld zullen
mogelijk enige docenten van TEC West gedetacheerd worden op het NOVA.
Vakcollege-ontwikkelingen:
In 2009-2010 is de school
meegegaan in de landelijke ontwikkelingen van de vakcolleges voor techniek.
Inmiddels zijn ook de
vakcolleges VMBO voor Zorg en Welzijn in aantocht. Het
Indalen niveau 2 MBO in het
VMBO:
In 2009 is het experiment
indalen niveau 2 goedgekeurd en leerlingen kunnen in maximaal 6 jaar op het
WRR rapport overbelaste
jongeren:
Onder leiding van Pieter
Winsemius schrijft de WRR in 2009 een rapport over ‘overbelaste jongeren’ die
met name zitten in het VMBO en de eerste 2 niveaus (1 en 2) in het MBO.
Overbelaste jongeren zijn jongeren waarbij sprake is van een gestapelde
problematiek:
Leer-gedragsproblematiek,
problematiek in de privé situatie en komend uit achterstandswijken.
Landelijk komen eenmalig
middelen vrij om deze doelgroep via een specifieke experimentele aanpak te
begeleiden. Via de Plusmiddelen gaat het
Een aanpak van Normen en
Waarden via een het uitwerken van een apart Transsferium +, samen met Altra en
Spirit zal worden uitgerold. De leerlingen zijn leer-of kwalificatieplichtig en
moeten dus naar school. Aan de andere kant moet de school ervoor zorgen dat
normen en waarden worden gehanteerd.
Dit noodzaakt dat leerlingen
soms enige of langere tijd een aparte opvang nodig hebben; niet binnen de vier
muren van de school; maar wel gerelateerd aan de school; zie ook verder onder Schoolplusvoorzieningen.
20. Aanpak vroegtijdige
school verlaters:
Op landelijk en regionaal
niveau is sinds 2008 sprake van een geïntensiveerde aanpak van de VSV
problematiek.
Project warme overdracht;
praten voor later en project verzuimcoach:
Het
Dit project gaat in 2009
over in het project ‘Verzuimcoach’ dat door het NOVA in het Amsterdamse wordt
ingebracht en waaraan ook andere VMBO scholen meedoen.
In dit project zijn 60
‘spijbelende’ jongeren gevolgd en heel nauwkeurig in beeld gebracht. Ook een
daarop volgende groep van 60 ‘wat lichtere gevallen’ wordt in beeld gebracht.
Het blijkt erg lastig en
ingewikkeld om frequent verzuimende/spijbelende jongeren qua verzuim te
corrigeren.
Een andere aanpak lijkt
hiervoor nodig. Meer integrale samenwerking tussen school/leerplicht maar ook
jeugdhulpverlenende instanties en instanties die gericht zijn op schuldsanering;
vrije tijdsbesteding; psychische hulpverlening en ‘achter de
voordeur-trajecten’.
In elk geval heeft het
Schoolhuis/School 2 care:
Het
dat de jongeren een
8.00-18.00 uur aanpak wordt aangeboden met zo mogelijk ook
nachtopvang/begeleiding.
Schoolplus voorzieningen:
Scholen die jongeren met
“gestapelde problemen” opvangen kunnen heel gemakkelijk in een soort vicieuze
cirkel terecht komen: Je vangt leerlingen aan de onderkant van het schoolbestel
op; daardoor mijden ouders/leerlingen die school weer meer als school van
eerste optie en daardoor krijg je weer meer ‘onderkant’ leerlingen binnen.
Enerzijds moet je als school
alles op alles zetten om nog meer uit deze jongeren te halen en anderzijds moet
je een klimaat creëren waarbij jongeren worden uitgedaagd hun talenten te
ontwikkelen, want als het op het ene gebied niet meezit zul je andere talenten
moeten aanboren om de jongere bij de les te houden. Met name het werken aan
taalverbetering en rekenvaardigheid zul je in de opzet van het onderwijs alle
motivatie van de jongere moeten aanboren.
Vandaar dat het Nova op zoek
is naar concepten zoals ondermeer beschreven in de school2care aanpak.
Ook in de Plusvoorzieningen-aanpak
staat beschreven dat wij experimenteel aan de slag willen gaan om zwaar
gedragsproblematische jongeren via een soort ‘lik op stuk’ aanpak, op normen en
waarden te gaan opvangen. Dit concept zal de komende periode in samenwerking
met andere stedelijke partners zoals scholen die deelnemen aan de School
Veiligheids Team-aanpak en instanties zoals Altra/Spirit/Bascule nader worden
uitgewerkt.
Ook zullen wij jongeren die
uitvallen en die nog niet een primaire startkwalificatie hebben behaald in onze
plusvoorziening opvangen en begeleiden via de aanpak van ons School Loopbaan
Centrum en
21. Kwaliteitsaanpak-ontwikkelingen:
Commissie Mijerink & MBO
normeringen:
Commissie Mijerink heeft als
opvolger van Commissie Dijsselbloem recent een rapport uitgebracht over de taal
& rekenleerlijnen die eigenlijk een landelijke standaard behoeven van
Basisonderwijs tot en met HBO.
Recent zijn -afgeleid van
Europese normen- normeringen tot stand gekomen voor het MBO op het gebied van
taal/rekenen/vreemde talen en natuur/scheikunde/Biologie en
Burgerschapsvaardigheden.
Kwaliteitsmetingen ‘zwakke
& zeer zwakke scholen’:
Inmiddels is er een nieuwe kwaliteitsmeting
voor het Basisonderwijs ingezet om te kunnen beoordelen welke scholen zwak/tot
zeer zwak zijn. Via gevalideerde schoolonafhankelijke diagnostische toetsing
worden de leerlingen gedurende de schoolperiode gemeten. Scholen die er niet in
slagen de leerlingen op een bedoeld hoger niveau te krijgen zullen na (extra)
onderzoek het risico lopen gesloten te worden (zeer zwakke scholen).
Voor het VO wordt niet aan een
ander sturingsinstrument gedacht. De huidige VO kwaliteitskaart is en blijft
–althans zoals het er nu naar uitziet bestaan. OC en W geeft aan: ‘Wij hebben
immers de landelijke eindexamens als meetlat staan in het Voortgezet onderwijs’,
daarbij aannemende dat ervan wordt uitgegaan dat die het niveau meten wat
gemeten zou moeten worden.
Het
Het ziet er niet naar uit
dat dit voorstel zal worden overgenomen; wel is een experimentele aanpak met de
Rijks-hoofdinspecteur toegezegd op grond van de analyse van het Instroom-niveau
van de leerlingen van het NOVA College.
Er worden nu een vijftal
scholen in vergelijkbare situatie gezocht in Nederland; wellicht scholen uit de
andere grote steden; want daar is een vergelijkbare problematiek in het VMBO
(‘bovenkant’ scholen en ‘onderkant’ scholen).
Regionale ontwikkelingen:
BAO:
Sinds een aantal jaren is op
Amsterdams niveau een ontwikkeling gaande waarbij scholen langs de landelijke
CITO eindtoetsladder worden gelegd.
Recent zijn interventies
gedaan bij BAO scholen die onder bovengenoemde norm (zouden) presteren, waarbij
opgemerkt dat het Amsterdamse BAO hogere Citoscores haalt dan voorheen.
VO:
Halverwege 2009 heeft de
dienst Maatschappelijke Ontwikkeling van Amsterdam aan NOVA-Esprit gevraagd of
wij als een van de eerste scholen willen participeren in het project verdere
kwaliteitsverbetering VO. Dit komt voort uit het feit dat de onderbouw van het
1. Er is experimenteel gestart met het
gezamenlijk maken van een Sterkte en Zwakte analyse.
2.Tegelijkertijd is de
school gevraagd te gaan participeren in een experimenteel project rond
Veiligheid en Verzuimaanpak samen met de politie, DMO en Leerplicht. Ook wel
SVT aanpak genoemd, die wordt gecoördineerd door één van de gebouwhoofden van
het Nova College. SVT staat in deze voor School Veiligheids Team.
Tussen deze ontwikkeling en
de plusscholenvoorziening van het NOVA zal dus een verband worden gebracht; met
name voor die leerlingen die vanwege het zichtbaar hanteren van normen en
waarden (en het overschrijden daarvan) een lik op stuk aanpak behoeven.
Jongeren zullen soms buiten de school, elders fysiek worden geplaatst om na een
forse overschrijding van normen en waarden alsnog ‘pedagogisch’ geschoold te worden
en ook het leerproces moet doorgang kunnen vinden, omdat er anders vroegtijdig schoolverlaten dreigt.
3.Ook is ingestoken met een
externe begeleider die via DMO is gekoppeld is aan de ontwikkelingen binnen de
school aangaande de kansrijk-leren aanpak waarbij wij visie/missie nog
daadwerkelijker proberen te koppelen aan concreet zichtbaar gedrag van docenten
en andere medewerkers in de school.
Als voorbeeld: De Concept
uitspraak: ‘de leerling is verantwoordelijk voor het eigen leren en de docent
voor het feit dat dit zo optimaal mogelijk kan plaatsvinden’ wordt concreet uitgewerkt
aan welke eisen die‘voorbereide omgeving’ moet voldoen:
Docenten moeten zo
leerlijnen samen stellen met daarin kleine leerstappen zodat dit voor de
leerlingen houvast biedt om
te zien waar deze staat en waar deze naar toe moet/kan.
Tutoring:
Het afgelopen cursusjaar is
gestart met Tutoring; dit om te zien in hoeverre jongeren gebaat zijn bij zo’n
specifieke aanpak waarbij ze meerdere uren per week extra begeleiding ontvangen
bij het verwerken van de leerstof. HBO studenten ondersteunen de
Tutoring-leerlingen bij het maken van huiswerk en het uitwerken van
lesopdrachten. Wetenschappelijk wordt onderzocht in hoeverre te bewijzen valt
dat deze aanpak effectieve verbetering bewerkstelligt.
Planning komende periode
2010-2012; kwaliteitskaart & schoolontwikkeling:
In mei 2010 is een bezoek
gebracht aan de beleids-top van het Ministerie van Onderwijs en Wetenschappen
op grond van de brief die geschreven is rond de kwaliteitsmetingen
VO/Kwaliteitskaart VO.
OC en W gaf daarbij aan niet
de verwachting te hebben dat de huidige kwaliteitskaartmeting/aanpak verbeterd
zou gaan worden.
Men gaf wel aan in te zien
dat voor een school als het NOVA met de gemaakte instroomanalyse het vrijwel
niet mogelijk is/zou zijn jongeren op het gewenste niveau van het VMBO
BBL/Kader/Theoretisch te krijgen, met een leerachterstand van tussen de 2-5
jaar BAO.
Aangeven werd veel meer te
kijken in de richting van oplossing zoals in Utrecht worden beoogd namelijk het
neerzetten van een aparte school/opleiding voor dit soort jongeren.
Geopperd werd de school in
die richting om te bouwen en met name de HAVO stroom ook sterk te benutten en
te gebruiken voor het experimenteren met opstroom naar hogere niveaus (een
soort VHBO van vroeger gekoppeld aan een school binnen jeugdonderwijs).
Dit betekent dat de school
genoodzaakt is ‘drempels’ in te bouwen voor alle VMBO opleidingen, omdat anders
het risico blijft bestaan van een slechte kwaliteitskaart uitslag wat weer negatief
werkt voor de school en de toestroom van nieuwe leerlingen (negatieve spiraal).
1. Stellen van
overgangsnormen binnen VMBO BBL/Kader/Theoretisch:
Leerlingen die naar
verwachting een volgend leerjaar niet zullen kunnen voldoen aan de gestelde
normen zullen in de eindvergadering, van het overgangsrapport naar een nieuw
leerjaar, niet meer bevorderd kunnen worden. Voor het
De leerlingen die niet aan
de overgangsnormen voor het VMBO zullen voldoen zal de volgende keuze geboden
worden (vooral van onderbouw naar bovenbouw; en die normen hebben natuurlijk
ook effect op de overgang van 1 naar leerjaar 2):
-Zittenblijven
-Overgaan naar VM-2 –is het
niveau 2 van het MBO-(van leerjaar 2 naar 3 en van leerjaar 3 naar 4)
-Overgaan naar BBL werken en
leren tegelijk –als de verwachting er is dat de leerling met
max. 0,5 punt -verschil ten opzichte van
landelijk centraal schriftelijk- zal slagen in het vierde leerjaar
BBL (met werken en leren tegelijk).
-Overgaan naar niveau 1
-Overgaan naar
assistentenniveau al dan niet in combinatie met niveau 1
2. Benutten van alle
mogelijkheden van de HAVO stroom:
Binnen de HAVO stroom zijn
diverse mogelijkheden om te schakelen/oriënteren/direct voor te bereiden op
overstap naar HBO. Voor later bloeiende Nieuwkomers zijn er mogelijkheden tot
behalen van deelkwalificaties.
Risico is dat de score voor
HAVO dan ook weer mogelijk laag op kwaliteitskaart VO zal uitpakken; maar
voordeel is dat dit dan heel duidelijk is bedoeld voor
opstromers/risicojongeren.
NB:
1.
Het is maar goed dat de
school de status van experiment heeft gekregen op VM-1 en recent ook VM-2
niveau; anders zou het aantal zittenblijvers of jongeren die van de school af
zouden moeten enorm in de hoogte zijn gegaan –groei voortijdige uitstromers had
het gevolg geweest van de stringente hantering van het waarderingskader van de
huidige kwaliteitskaart VO (VMBO). Dit, omdat veel jongeren die binnen stromen
in onze school zoveel achterstand hebben, dat afgevraagd moet worden of het
reëel is dat binnen de cursusduur en aanpak van VMBO BBL/Kader/Theoretisch weg
te werken is/zou zijn geweest. Zo hebben van alle 1150 leerlingen van vorig
schooljaar maar 160 leerlingen een reguliere CITO eindtoets BAO gedaan.
Eigenlijk zal dus VM-2 (en
VM-1 en assistenten niveau) gelukkig een ‘goede parallelroute’ zijn/blijken
voor veel van deze kinderen om toch niet te boek te komen te staan als Voortijdig
School Verlaters (in VMBO).
2.
Ook voor de opstromers uit
het Praktijkschool-deel van onze school is het assistent-niveau of VM-1 een
goede doorstroommogelijkheid!
3.
Op regionaal niveau zal onze
(nieuwe) VM-2 opleiding mogelijk het gat tussen VMBO en MBO dichten. Het blijkt
namelijk dat er nog steeds in de eerste niveaus van het MBO zijn er veel
uitvallers zijn.
Door het aanbieden van een
‘herkansingsmogelijkheid in het jeugdonderwijs zullen wellicht alsnog veel
jongeren op het niveau van een primaire startkwalificatie kunnen worden
gebracht.
Aanpak Taal West VO:
In het verlengde van de
Taalleerlijnen op landelijk niveau en het uitzoekwerk wat NOVA deed in verband
met de kwaliteitskaartmetingen VO heeft het NOVA het initiatief genomen om in
Amsterdam West met zoveel mogelijk VO scholen te starten met de aanpak van toetsing
van Nederlandse taal, aan de hand van één centrale toets die jaarlijks zal worden
afgenomen (Diataal). Het is de bedoeling dat alle VO scholen hieraan deelnemen
en de gegevens uitwisselen. Langdurig onderzoek zal deel uitmaken van de
aanpak; bezien zal worden welke methodes of interventies het beste werken bij
de diverse leerling-groepen en docenten. DMO heeft ondersteuning geleverd in
verband met het koppelen van de Universitaire onderzoeker Folkert Kuijken aan
dit project.
Ook zou op deze wijze het
rekenen kunnen worden aangepakt.
Doel is het in beeld brengen
van de leerontwikkelingen/achterstanden van leerlingen bij binnenkomst en de
leervoortgang/leerrendement als ze op eenmaal op de VO scholen zitten.
Verder is het doel elkaar te
steunen in de ontwikkelingen in West. Door dit zo aan te pakken wordt ook heel
zichtbaar met welke populatie wij als scholen in AmsterdamWest van doen hebben
en welke achterstand de leerlingen hebben bij binnenkomst en welke prestatie de
scholen eigenlijk leveren of moeten gaan leveren.
22. RPO (Regionaal Plan
Onderwijs):
De gemeente Amsterdam is
verantwoordelijk voor de huisvesting van scholen. Nu is er leegstand in VO
gebouwen. De Gemeente en de schoolbesturen VO hebben besloten om een regionaal
plan van aanpak voor onderwijs voorzieningen in te stellen.
VMBO:
DMO en de VO besturen (OSVO)
hebben in 2009 het eerste Regionale Plan VO geproduceerd. Kernpunt hierin is
gebruik te maken van elkaars voorzieningen en de krachten te bundelen. Voor het
In de maanden mei-juli 2010
staat er via een studiedag met de‘deep dive/brainstormende aanpak een
bestuurlijke meeting op het programma om met name West in de kijker te zetten
qua regionale aanpak.
VMBO Techniek West:
Knelpunt hierin is het
niveau dat is vereist voor met name de Motorvoertuigentechniek- branche.Veel
jongeren stromen in op VMBO BBL terwijl eigenlijk niveaus 3 en 4 een minimale
vereiste zijn voor de ‘hogere techniek’ van deze branche.
Zeker dat een nieuwe
uitbreiding van VMBO techniek afdelingen niet wenselijk is in West, gezien het
aantal leerlingen en het huidige instroomniveau van de leerlingen.
VMBO Zorg en Welzijn West:
In ieder geval is binnen
Zorg en Welzijn de landelijke ontwikkeling belangrijk om te komen tot colleges Zorg
& Welzijn & Facilitair. Hierbij is met name het ministerie van
Volksgezondheid geïnteresseerd, om dit onderwijs een nieuwe impuls te geven, om
zodoende voor de toekomst te beschikken over voldoende instroom van nieuwe
krachten in de branche.
Wel is in Amsterdam het
niveau van instroom een probleem omdat het veelal leerlingen op VMBO BBL niveau
betreft..
Vandaar dat de
ontwikkelingen binnen het
VMBO Economie West:
Van nature kiezen op dit
moment veel leerlingen in het VMBO voor deze sector. Dit heeft te maken met het
imago van deze sector ten opzichte van de andere VMBO afdelingen (witte boord
denken/ opstroom idee/ neerkijken op handwerkvakken).
Eigenlijk is dit naast de Theoretische
Leerweg de meest ‘algemene leerweg in het VMBO’.
Ook hierbij geldt dat de
branche eigenlijk de niveaus 3 & 4 nodig heeft, terwijl veel leerlingen op
het niveau BBL werken. Zie ook de opmerkingen onder Zorg en Welzijn en Voertuigentechniek.
Ook hier weer is het gunstig
dat het NOVA tot en met niveau 2 kan opleiden want met name leerlingen binnen
deze ‘algemene sector’ lopen de kans op voortijdig schoolverlaten, met name
omdat de eerste fase van deze opleiding nog niet specifiek vakgericht is.
Het Midden- en Kleinbedrijf
heeft op dit moment ook erg veel negatief commentaar over de stagiaires uit de
niveaus 1 & 2 . Los van het niveau betreft dit motivatie en het
normoverschrijdend gedrag (met name binnen de detailhandelsbranche).
Het
Ook is in de sector Economie
de opleiding Koken en serveren & Brood en banketbakken opgenomen. Eveneens
een belangrijke sector, zeker ook in verband met de ‘emancipatorische’ opdracht
van onze school. Leerlingen verwerven binnen deze sector vaak specifieke
gedragscompetenties die zeker belangrijk zijn in het vervolg van hun werkzame
leven!
23. PROGNOSE
LEERLINGENAANTAL VOOR CURSUS 2010-2011:
Daar waar het idee bestond
dat het aantal leerlingen geleidijk zou dalen in het
Update 16 mei 2010

